Naar de klote!

In de laatste maanden heeft zich een nieuwe generatie Nederlandse filmmakers gepresenteerd, die zich kennelijk heeft voorgenomen haar artistieke vrijheid te waarborgen met niet te duur geproduceerde, kleinschalige speelfilms. Regisseurs als Paula van de Oest (De Nieuwe Moeder), Arno Kranenborg (De Kersenpluk), debutant Lodewijk Crijns (Lap Rouge en Kutzooi) en de meer ervaren Theo van Gogh (Blind Date) trachten niet bij voorbaat al een zo groot mogelijk publiek te behagen en verzetten zich tegen de voorheen gebruikelijke manier van produceren, waarin de producent het hoogste woord had. Liever dan één kostbaar publieksspektakel, tien mooie, kleine films voor dezelfde prijs, lijkt de gedachte.
De nieuwe filmmakers kiezen voor een persoonlijke benadering van het medium film in verhalen met een duidelijk Nederlandse identiteit, die in nauwe samenwerking met een televisieomroep worden gerealiseerd. En wie weet, zoals in het Engeland van Margaret Thatcher de participatie van televisiezender Channel Four tot een nieuwe, maatschappelijk geëngageerde Engelse filmschool leidde, zo zal mogelijk de jonge Nederlandse, door de televisie gesteunde filmproductie nog een verrassend actueel tijdsbeeld te zien geven.
Dit laatste geldt zeker voor Naar de Klote! van Ian Kerkhof, een in de huidige jongerencultuur geworteld, overdonderend vormexperiment van een eigenzinnige filmmaker. Tot dusver onderscheidde de uit Zuid-Afrika afkomstige en sinds 1987 in Nederland woon- en werkachtige Kerkhof zich met compromisloze art-housefilms. Nog tijdens zijn studie aan de Nederlandse Film en Televisie Academie maakte Kerkhof low budgetspeelfilms als Kyodai makes the big Time, The Mozartbird en Ten Monologues from Lives of the Serialkillers. Deze controversiële, gedurfde, maar vrij ontoegankelijke films werden bejubeld door de pers en op festivals bekroond, maar trokken slechts een handjevol bezoekers naar de filmhuizen.
Met zijn laatste speelfilm is Ian Kerkhof nieuwe wegen ingeslagen, zowel naar de vorm als de inhoud. Naar de Klote! is niets meer of minder dan een pakkende poging om een jong publiek te benaderen in zijn eigen taal, muziek en vormgeving; een het videoclip-idioom volgende, rap gemonteerde stortvloed van helle beelden, waarin het geluid - voor het grootste deel oorverdovende housemuziek - een volstrekt aan het beeld gelijkwaardige rol speelt.
Met Naar de Klote! doet Ian Kerkhof verslag van zijn ervaringen in de housepartyscène, met de muziek en met de dealers, dj’s, ‘gabbers’ en party organizers. Zijn film beoogt een fragmentopname te zijn van de zomer van 1996 in het housecircuit, en hij windt er geen doekjes om: zijn doelgroep bestaat uit al die jongeren die in de weekenden op houseparty’s dankzij ecstacypillen uit hun dak gaan in loodsen op lokale industrieterreinen. Het is de generatie die niet langer is opgegroeid met literatuur, maar met video en televisie als primair medium. De generatie die, in woorden van Kerkhof, ‘een computermuis hebben als verlengstuk van hun arm, van hun manier van denken. Die met hun op de computer gemaakte muziek, of het nu om techno, house, hip hop, trance, drum en bass of ambient gaat, de twintigste eeuw afsluiten en de eenentwintigste eeuw inluiden’.
En dus heeft de filmmaker de techniek en vormgeving van zijn film volledig aangepast aan deze generatie. Naar de Klote! is opgenomen met het nieuwste type digitale videocamera en vervolgens op video gemonteerd met behulp van de modernste digitale effect technieken. Nadat het materiaal op kleur was gecorrigeerd - waarbij een overdosis aan felle neonkleuren werd nagestreeft - werd het overgezet op 35 mm film. Naar de Klote! is de eerste speelfilm die beeld voor beeld naar filmmateriaal is geprint; waarbij, volgens de makers, ‘het praktisch en handzaam gebruik van video goed combineert met de visuele elegantie en structurele kwaliteit die eigen is aan het fotografische procédé.’ Einde van de wervende citaten, maar wat ziet (en hoort) de kijker dan vervolgens?
Een op de massieve bastonen van nieuwe housenummers voortgestuwde, razendsnelle en letterlijk oogverblindende wisseling van gemanipuleerde beelden, die de illusie van een housetrip wekken. Zoals de filmmaker zelf verklaart: ‘Het is een gebruikersfilm: de beelden komen voort uit een drugservaring, het is een trip.’
De muziek, variërend van de ferme drum- en baspartijen van The Party Animals tot de woeste hardcore van Flamman en Abraxas, heeft een belangrijke narratieve functie. Maar de opeenvolging van scènes en inhoud van Naar de Klote! munt niet uit door een opzienbarende narratieve rijkdom.
In schrijnend contrast met het geavanceerde technische geweld van beeld en geluid staat de simpelheid van het uiteindelijk zeer conventionele verhaaltje dat wordt verteld. Het behelst de avonturen van een jong, uit Tilburg afkomstig paartje in Amsterdam. Zij, genaamd Jacqueline, maakt via werkzaamheden in een coffeeschop carrière in de drugswereld, dankzij haar contacten met een louche dealer. Hij, genaamd Martijn, houdt zich onledig met Internet en de kweek van hennepplanten. Het liefst ligt hij gelukzalig op de bank te blowen terwijl zijn Jacqueline meegezogen wordt in het houseparty- en drugcircuit, mede door toedoen van twee ambitieuze, bikkelharde vriendinnen die zich ten doel hebben gesteld de fameuze DJ Cowboy te onttronen en een eerste hitsingle te maken.
Als dom Jacquelientje eindelijk bedenkt dat ze in een onfrisse omgeving terecht is gekomen, is daar haar prins Martijn die haar, even niet onder de invloed van zijn jointjes, redt uit haar nachtmerrie, geholpen door een stel vrolijke ‘gabbers’. Zeker deze scène lijkt gestolen uit een jongensboek anno jaren vijftig, waarvan de boodschap moet luiden dat eendracht macht maakt. Maar ook het einde van de film, waarin het wederom gelukkige stel terugkeert naar provinciestad Tilburg, omdat het in de grote stad Amsterdam zo vreselijk niet pluis is, heeft een oudbakken moraal.
Naar de klote! moet, ondanks alle ronkende teksten over de betekenis van deze film als dé ervaring van de jaren negentig, toch vooral worden gezien als een redelijk geslaagd experiment met nieuwe audiovisuele technieken. En zeker evenzeer als een experiment in het benaderen van een specifieke doelgroep en het tot stand brengen van een kleine hype, waarbij het toverwoord ‘digitaal’ alle deuren moet openen.
Desalniettemin verrijkt ook Naar de Klote! het recente speelfilmaanbod, dat in een grote diversiteit facetten van de huidige Nederlandse samenleving aanstipt. Een verdienste van de film is de hechte eenheid tussen beeld en geluid als gelijkwaardige ingrediënten, een andere verdienste is het natuurlijke spel - voor zover dat beoordeeld kan worden in de wel zeer flitsende montage - van de jonge acteurs. Fem van den Elzen als Jacqueline en fotomodellen Afke Reijenga en Jorinde Moll als de twee vriendinnen debuteren als acteurs, Tygo Gernandt speelt als Martijn zijn eerste filmrol na enkele televisie-optredens. De andere twee hoofdrollen, de louche drugdealer en de beroemde DJ, worden vertolkt door de meer ervaren Hugo Metsers III en Thom Hoffman. De laatste liet overigens weten zich uitzonderlijk vrij in zijn spel te hebben gevoeld, nu er slechts zo’n klein, mobiel videocameraatje was om rekening mee te houden. Dat neemt niet weg dat ik persoonlijk na het bekijken van Naar de Klote! - beter gezegd na het ondergaan van deze film - met enige weemoed terugdacht aan de grote klassiekers van het witte doek, gemaakt met een solide filmcamera op subtiel filmmateriaal en in een draaglijk tempo gemonteerd met behulp van schaar en plakband. Maar ik ben dan ook van de verkeerde generatie.
Gerdin Linthorst
this review first appeared here

Leave a Reply