kagablog

March 15, 2008

Toerist in Mensenland

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 4:27 pm

Kaapstad, 2006.

Als jaarringen liggen de sloppenwijken rondom de metropool.
Wie de stad vanuit het binnenland over de pijnlijk nauwkeurig onderhouden snelweg nadert, stuit reeds tientallen kilometers voor het stadscentrum op de jongste en meest povere aanwas van deze stedenbouwkundige kanker.
De hutten zijn schameler, bouwvalliger, geimproviseerder en vrijer geplaats dan die van enkele kilometers verderop. Hoe dichter men de stad nadert, des te meer orde er in de schijnbare anarchie komt.
Plotseling staan er tussen de eindeloze huisjes lantaarnpalen en lopen er over de daken heen elektriciteitsdraden. Tussen de verschillende blokken hebben zich in de loop der jaren hoofd en zijstraten gevormd.
Nog weer dichter bij de stad staan er tussen de krotten af en toe kleine huizen die opgetrokken zijn uit steen. En plotseling, na kilometerslange, adresloze bebouwing daagt het besef dat deze sloppen, in weerwil tot hun geimproviseerde vormgeving, niet tijdelijk maar permanent zijn. Ze zijn hier, als de afgekoelde afzettingen die een mensenvlees spuwende vulkaan over het land heeft doen stromen, en ze gaan niet meer weg.

Zoals haar kleinere broeders in de vrije velden dienen ook deze uitgestrekte sedimentvelden als compost en menselijke brandstof voor de metropool. En wie zich probeert voor te stellen hoe iemand die in dit veld van krioelend en woekerend leven is terechtgekomen, er ooit weer uit moet ontsnappen, denkt zich blaren op zijn verbeelding en erkent tenslotte de almacht van het toeval en moderne wonderen.

Ondanks het enorme achterland waar een ieder met gemak en met ruim uitzicht zou kunnen leven trekt de metropool als een een architectonisch zwart gat onverbiddelijk meer en meer menselijke materie aan. En daar eenmaal aangekomen vermenigvuldigd het leven zich kwadratisch, de mechanische wetten van de genetica en hormonen volgend.
Het achterland blijft, als door fysische krachten leeggezogen, ontzield en betekenisloos achter.

Dezelfde processen zien we terug in de metropool zelf waar de hypermarkets en de als themaparken vormgegeven shoppingsmalls van de omringende wijken een even betekenisloze overnachtingsplaats hebben gemaakt waar men leeft achter gesloten deuren, met de buitenwereld verbonden via virtuele en hygienische communicatiekanalen.

Dit alles is in zoverre een abstractie van een ooit gekende werkelijkheid geworden dat het bijna onmogelijk is het werkelijk te kennen, of er een oordeel over te vellen. De enige inhoudelijke referentie die de beschouwer, naast de fysica, ter beschikking staat is die van de pornografie. Wie dit pornografische sjabloon over deze werkelijkheid legt, herkent in alles dat door deze op hol geslagen wereld wordt geproduceerd de signatuur van ’s werelds grootste en snelstgroeinde industrie.

Geisoleerd van het zachtgolvende perspectief van de seizoenen en bevrijd van de blinde terreur van de nacht, meet de werkelijkheid zich voornamelijk nog aan het ritme en de snelheid van de impuls. Alles moet op dit moment gebeuren. Het moet NU waar zijn. Als het niet onmiddelijk kan worden gezien, geconsumeerd of verkocht betekent het niets.

Wanneer men vanuit de metropool, langs de sloppenwijken heen naar het binnenland afreist wordt de wildernis reeds na enkele kilometers rijden aangekondigt door het geleidelijk afnemen, en tenslotte geheel verdwijnen van de buitenreclame. De billboards met stijlvolle toekomstdromen worden, alsof wij bij het beklimmen van een berg langzaam de boomgrens naderen, schaarser en kleiner.
Voor de mensen die hier wonen worden geen produkten gemaakt. Zij zijn geen markt. Ze zijn brandstof. En ze zijn derhalve, in zekere zin, vrij.
Wanneer je over de eerste culturele schok heen bent, en nog eens om je heen kijkt, zie je niet de allergrootste ontevredenheid. Integendeel. Veel mensen lachen. Lijken niet echt een groot probleem te hebben met hun leven. Een van de voordelen van het leven buiten de stadsgrens is – naast dat men geen huur hoeft te betalen – het feit dat men niet aan allerlei opgeklopte sociale verwachtingen hoeft te voldoen. De bewoners van de sloppenwijken zijn in die zin vrij dat zij niet door de media worden aangeraakt. Ze komen in de reclame en de verslaggeving van de werkelijkheid nauwelijks voor en hoeven zich er dus ook niet toe te verhouden. Ze leven buiten het overspannen beeld dat diezelfde verslaggeving van de werkelijkheid genereerd. De nobele wilde van deze dagen is iemand die geen ipod in zijn oor heeft hangen en geen eigen website heeft.

Een wereld zonder ziel, zonder een geloof in iets dat groter is dan zijzelf en dat buiten haar innnerlijke beschouwing en wezenseigen driften ligt, is een wereld die zichzelf onherroepelijk veroordeeld tot de dictatuur van de pornografie, die de hanteerbare, in hapklare porties geserveerde verdoving is tegen de fantoompijn van deze auto-amputatie. De dictatuur van de horden en hormonen. Van koop- en kijkcijfers, van modekleuren, impulsen en lifestyle.

Leave a Reply