kagablog

February 11, 2009

Beeldkracht – over film, denken, voelen en hersenen

Filed under: film,patricia pisters — ABRAXAS @ 7:28 pm

0232.jpg
Een scène uit Michael Clayton (Tony Gilroy, 2007):

Michael Clayton (George Clooney) verlaat in zijn auto de oprit van een groot huis en rijdt in het donker over een stille landweg, de muziek is rustig voortstuwend, met een onbestemde dreiging, de uitdrukking op Clayton’s gezicht is somber. Na een tijdje stopt hij de auto. Ook de muziek stopt. Stilte. Hij kijkt naar buiten, het raam van de autodeur zoeft zacht open. Dan stapt hij uit. Het wordt ochtend, mistvlagen stijgen op. In een point of view shot zien we in de verte op een heuvel drie paarden bij een kale boom staan. Clayton loopt behoedzaam naar de paarden toe. De paarden blijven onbeweeglijk staan en kijken hem met prachtige ogen aan.

Clayton kijkt met verwondering en vertwijfeling in zijn blik terug. De paarden hebben iets bovennatuurlijks. In de verte staat Clayton’s auto op straat. Plotseling is er een enorme knal. De auto ontploft en vliegt in brand. De paarden rennen weg de heuvel op. Er volgt nog een ontploffing. Clayton rent terug naar beneden – fade out in de mist. Dan springen we enkele dagen terug in de tijd.

Veel aspecten in het samenspel tussen vorm, stijl en inhoud kunnen ervoor zorgen dat een film je raakt en aan het denken zet. Soms is er één scène, één audio-visueel beeld dat zoveel kracht heeft dat het de hele filmervaring kleurt. In deze korte beschouwing wil ik inzoomen op dergelijke ‘magische scènes’, filmmomenten die in je hoofd blijven hangen. Wat is het dat zulke scènes zoveel kracht geeft? Filosofen en neurowetenschappen zijn sinds enige tijd ook geïnteresseerd in dergelijke vragen en geven enkele suggesties voor aanknopingspunten. Maar uiteindelijk zit een antwoord net zo goed in de films zelf besloten. Ik zal me hier beperken tot het vertoonde fragment uit Michael Clayton (Tony Gilroy, 2007).

0233.jpg

Magische scène

De scène vindt plaats aan het begin van de film. Op dat moment weten we alleen dat Michael Clayton (George Clooney) een ‘probleemoplosser’ op een groot advocatenkantoor is (hij komt net van een rijke cliënt die hij uit de brand moet helpen). We weten ook dat hij waarschijnlijk in de schulden zit (we zien hem eerst in een nogal louche goktent). Dan volgt de vreemde ontmoeting met drie paarden op een heuvel langs een stille landweg. De manier waarop de paarden zijn gefilmd (in de koud dampende ochtendnevel, in close-up Clayton aankijkend alsof ze hem iets willen vertellen) geeft de indruk dat deze paarden meer weten dan menselijk bewustzijn kan beredeneren. Clayton weet niet hoe hij moet communiceren met de paarden, zijn lichaamstaal en vragende ogen spreken boekdelen. Maar de paarden houden zijn vertwijfelde aandacht vast. En dan ontploft zijn auto beneden op de weg. De paarden hebben hun taak volbracht en rennen weg. Clayton rent de andere kant op.

De scène wordt op het einde in een andere variant herhaald, maar daarover zo meer. In eerste instantie zit de magie van deze scène in het bevestigde vermoeden dat deze paarden, die uit een andere dimensie lijken te komen, Clayton willen waarschuwen zonder dat we verder nog precies weten wat er aan de hand is. Het is alsof we in een flits verschillende connecties aanvoelen die in deze scène liggen besloten maar die we pas later echt zullen begrijpen.

0234.jpg

Le zigzag

De filosoof Gilles Deleuze omschrijft dergelijke fenomenen van plotseling gegrepen worden of plotseling inzicht in een televisie-interview. Voor elke letter van het alfabet krijgt hij een woord om van zijn commentaar te voorzien. Voor de de letter ‘z’ is dat ‘zigzag’ (le zigzag).1 ‘Zigzag’ en ‘z’ geven volgens Deleuze een elementaire beweging aan van een verbinding tussen verschillende elementen, zoals de bliksem hemel en aarde verbindt. Hij stelt zelfs half grappend voor om de Big Bang door le zizag te vervangen.

De zigzag-beweging duidt namelijk op een elementaire (filosofische en wetenschappelijke) vraag: hoe kan er een verbinding ontstaan tussen twee verschillende krachtenvelden? Elke verbinding, stelt Deleuze, wordt voorafgegaan door ‘duistere voorbodes’ die nauwelijks opvallen. En dan is er plots toch de vrij onvoorspelbare bliksemschicht die inzicht geeft. Voor de scène uit Michael Clayton kunnen we vermoeden dat deze ontmoeting met de paarden voor het personage een dergelijk zigzaggend inzichtsmoment is. De toeschouwer tast nog gedeeltelijk in het duister maar voelt wel dit wel aan. Een scène die meer laat voelen en denken dan er letterlijk te zien is, waarin we de connecties tussen verschillende elementen (buiten het kader) vermoeden zonder ze noodzakelijkerwijs helemaal te begrijpen zijn momenten die onze hersenen signaleren en vasthouden, vooral vanwege de affectieve impact die ermee gepaard gaat.

Volgens Deleuze is er sowieso een direct verband tussen film, de hersenen en filosofie. Waar traditionele filosofie/filmtheorie het geprojecteerd of gemedieerd beeld als van een tweede orde ziet, een re-presentatie of illusie van de werkelijkheid, groeit langzaam het inzicht dat filmbeelden, zo gemaakt of illusoir als ze kunnen zijn, daadwerkelijke ervaringen produceren. Beelden doen iets, hebben een direct effect op onze hersenen. Een film kan nieuwe circuits in onze hersenen aanmaken, ons denken en voelen (subtiel en onzichtbaar) veranderen op het microniveau van de hersenen. Omgekeerd bepalen onze hersenen ook veelal wat we in een beeld zien, hoe we selecteren uit de perceptuele overvloed en hoe we de beelden ervaren. Er is een voortdurende cyclus van over-en-weer beïnvloeding tussen beelden op het scherm, de werkelijkheid en onze hersenen.

Neuro-inzichten

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook neurowetenschappers recentelijk interesse tonen in film. Van de vele mogelijke verbanden die er zijn te leggen tussen film, filosofie en neurowetenschappen zal ik alleen het fenomeen van de spiegelneuronen noemen. Spiegelneuronen zijn neuronen die gaan vuren op het moment dat we zelf iets doen of zelf een emotie ervaren, maar ook wanneer we zien dat iemand iets doet of door een emotie gaat.2 En het maakt weinig verschil voor onze hersenen of dat zien gebeurt via een beeldscherm of in ‘het echte leven’. Het feit dat beelden direct iets doen, beweging brengt in onze hersenen ondersteunt het filosofische inzicht dat beelden meer zijn dan re-presentaties die alleen via een omweg betekenis hebben. Extreem gesteld kunnen we zelfs stellen dat beelden een directe rol in spelen in de vorming van onze (individuele en collectieve) subjectiviteit.

Sommige films en scènes zijn daarbij sterker sturend dan andere. In een recent onderzoek is aangetoond dat bij het zien van een Hitchcock-film onze hersenen voor meer dan 60% synchroon gestuurd worden. Hitchcock was dan ook kampioen beeldkrachtpatserij. Maar wat uiteindelijk bepaalt door welke scène we worden gegrepen of inzicht krijgen is afhankelijk van het samenspel tussen de sturende en immanente kracht van de beelden en de kracht van verschillende resonanties in onze hersenen: welke beelden herkennen we, welke associaties en herinneringen worden opgeroepen, welke kern van emoties wordt daarin aangesproken?3 De zigzagbewegingen die er ontstaan tussen de hersenen, het scherm en de werkelijkheid blijven tot op zeker hoogte variabel en onvoorspelbaar.

Feedback loop

Laat ik terugkomen op de scène uit Michael Clayton. Ik zei al dat deze scène op het einde van de film terugkeert, maar dan als een soort feedback loop met variaties. Als toeschouwers weten we nu meer. Claytons kantoor verdedigt een grote firma die veel slachtoffers heeft gemaakt en we hebben gezien hoe subtiel de film alle personages in morele grijstinten heeft afgeschilderd, hoe inhumane beslissingen worden genomen als er veel geld in het spel is en mensen onder druk staan (Tilda Swinton speelt hier een geweldige rol als topmanager van het foute bedrijf). We hebben ook gezien hoe de topadvocaat in deze miljardenzaak, Arthur Edens (Tom Wilkinson), in een moment van inzicht (waar de film eigenlijk mee begint, een andere briljante scène) gezien heeft waar hij mee bezig is. Hij weigert zijn medicijnen tegen manische depressiviteit in te nemen en wil niet meer meewerken met het verdringen van ethische basisprincipes. Dat komt hem duur te staan. Hij wordt vermoord.

In de feedback loop-herhaling zien we nu door parallelmontage dat Clayton ook door huurmoordenaars op de hielen wordt gezeten. Clayton zelf weet dat niet, hoewel het muziekthema van de scène in het begin in de herhaling gejaagder klinkt en met meer dreigende akkoorden zijn gemoedstoestand lijkt weer te geven. We weten nu ook dat Clayton achter de waarheid van de moord op zijn collega is gekomen maar toch niets doet om hiertegen te protesteren; zijn schulden maken hem afhankelijk van zijn baas. En we hebben gezien hoe hij in het appartement van de vermoorde Eden een boek (van Claytons zoon) vindt met belangrijke aanwijzingen. Hij slaat een bladzijde open met daarop een tekening van paarden bij een kale boom op een heuvel…

We begrijpen nu waarom het tafereel langs de weg zijn aandacht trok. Het samenkomen van die twee beelden (de tekening in een fictieverhaal, de paarden langs de kant van de weg) legt een verband tussen verschillende krachtenvelden die Clayton dwingen tot het maken van een keuze voor een andere levenswijze. Ook voor de kijker slaat in de herhaalde scène ‘de bliksem’ weer in, nu met meer inzicht in het magische van dit moment. Gevoel en denken komen samen en maken even kortsluiting in de hersenen. Michael Clayton is opgeslagen in deze twee scènes. En paarden in een mistig landschap zullen voortaan de kracht van deze beelden oproepen.

1 Een samenvattende transcriptie van dit interview van Claire Parnet met Gilles Deleuze is te vinden op
http://www.langlab.wayne.edu/Cstivale/D-G/ABC1.html. (A voor Animal (dier), B voor Boire (drinken), C voor
Culture, D voor desire (verlangen), etc.)

2 Antonio Damasio beschrijft dergelijke fenomenen in Het Gelijk van Spinoza: Vreugde, verdriet en het voelende
brein. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2003.

3 Onderzoek wijst uit dat het vooral de prefrontale rechter hersenhelft is die te maken heeft met inzichtmomenten
waarin het geheel wordt overzien en creativiteit ontstaat (de linkerhelft is beter in details en het herkennen van
patronen).

50 Jaar Nederlandse Film- en Televisie Academie
Symposium Film Denken
31 oktober 2008 – Felix Meritis (Amsterdam)

2 Responses to “Beeldkracht – over film, denken, voelen en hersenen”

  1. christel Says:

    He he gaaf om te lezen dankjewel

    als de toelichting de plaats van nog een verhaal

    2
    http://www.despinoza.nl/spinoza/recensies/en_zo_ontstaan.shtml

    mag dat zo ??

  2. Xaverius Says:

    Bij deze wil ik mijn bewondering uitdrukken voor de inzichten en duidingen niet alleen met betrekking op deze film (Michael Clayton), maar ook voor de fantastische vergelijking tussen Lynch en Cassavettes (van wie ik overigens nog nooit gehoord had. Schande?) Als bewonderaar van de films van Lynch was uw vergelijking een en al herkenning en uitstekend verwoord. Lynch, die als geen ander de geest van de kijker binnen dringt door de werking van spiegel-neuronen. Geweldig! En zeer actueel mn. mede door het boek van Frans de Waal over empathie.

    Ben benieuwd of er een schrijven volgt over de film Antichrist van Lars von Trier. Genoeg stof om na te denken.