Ik ben niet heel ambitieus: Zo blijft Tara Elders geïnspireerd
Door Jente Posthuma
Tara Elders (29) is actrice en speelt zichzelf in de speelfilm Winterland van Dick Tuinder.
Aanstaande dinsdag gaat de film in première op het Film Festival in Utrecht.

„Tara Elders is een echte glamouractrice, maar ook een gewoon meisje”, zegt filmmaker en beeldend kunstenaar Dick Tuinder. In zijn atelier laat hij de eerste beelden uit zijn speelfilmdebuut Winterland zien, ‘een mix van live-action, animatie, film-in-een-film en film-over-film’, aldus de regisseur. In het droomachtige Winterland, ergens op het kruispunt van werkelijkheid en fictie, ontmoeten zijn twee muzen elkaar: de actrice Tara Elders (29) en het virtuele meisje Sally Dewinter (ongeveer 9), een door Dick Tuinder geschapen personage dat figureerde in zijn tekeningen en in twee korte films. De rol van Sally Dewinter wordt vertolkt door Kiriko Mechanicus, Tara Elders speelt zichzelf: een actrice op de set van Dick Tuinder (die ook zichzelf speelt). „Ze doet alles met grote subtiliteit en gemak in haar spel”, zegt hij. „Net als bij Sally wordt alles vanzelfsprekend zodra zij het beeld instapt.”
De volgende dag weet ik niet goed met wie ik heb afgesproken: de echte glamouractrice of het gewone meisje. Tot ze het café binnenkomt. Ze heeft hard gefietst om op tijd te zijn. „Het was weer zo’n haastochtend”, zegt ze. Even later biedt ze me een hapje van haar tosti aan.
Volgens Dick Tuinder ben je zowel een echte glamouractrice als een gewoon persoon en wordt alles vanzelfsprekend zodra jij in beeld stapt.
„Goh.”
Wist je dat niet?
„Nee. Tegen mij zei hij dat hij me vooral ziet als ‘Tara Elders, de actrice’, want zo heeft hij me leren kennen. Later zei hij: ‘Eigenlijk ben je helemaal geen actrice, je bent meer een soort aanwezigheid.’ Dus ja.”
Ik las dat de film Winterland een eerbetoon aan Tara Elders is.
„Dat schreef Dana Linssen van NRC Handelsblad na een bezoekje op de set. Datzelfde weekeinde schreef Dick een extra scène waarin ik zeg dat ik uit de krant moet vernemen dat de film een eerbetoon is aan mij. En dat ik me afvraag of dat wel waar is.”
Beschouw je de film niet als een eerbetoon aan jezelf?
„Nee, helemaal niet. Ik vind dat Dick dat in die scène heel goed geschetst heeft.”
In diezelfde scène zeg je ook dat je steeds meer het gevoel krijgt dat de film eigenlijk een eerbetoon aan Dick Tuinder zelf is.
„Precies. Winterland is een wandeling door het hoofd van Dick Tuinder, waarin al zijn ideeën, tekeningen en personages tot leven komen. Totaal surreëel, en ook ontzettend grappig. Ik speel ‘Tara Elders’, een nogal bitchy tutje, zogenaamd een typische steractrice. Ik vind het leuk om daar de spot mee te drijven, mezelf er slechter vanaf te brengen dan goed voor me is.”
Want je bent niet zo?
„Nee, ik ben niet zo’n diva hoor. Voor de eerste opnamedag van een film ben ik altijd heel zenuwachtig. Dat hoort er gewoon bij voor mij, ook omdat ik het prettig vind om intuïtief te acteren en emoties echt te voelen. Toch denk ik er de laatste tijd wel over na dat ik die emoties niet alleen maar over mezelf moet laten gaan. Ik ben niet de enige die een film tot de verbeelding laat spreken. Dat doet een cameraman, dat doet het geluid, de montage, de muziek achteraf. En als je je daarvan bewust bent, weet je ook wanneer je zelf wat meer moet geven en wanneer je een ander het werk kunt laten doen. Niet om mezelf de moeite te besparen, maar uit respect voor het medium, en iedereen die daar een bijdrage aan levert.”

Ben je je met de jaren zekerder gaan voelen?
„Ik denk juist dat mijn onzekerheid gegroeid is. Niet zozeer op de set, maar wel daarbuiten. Als je bekend bent, is het alsof er elke dag een groep mensen met je meegaat naar je werk om je te beoordelen. Hoe erg ik ook probeer het niet binnen te laten komen, ik ben me er wel van bewust dat ik word bekeken. Er zijn sowieso in de dagelijkse omgang weinig grenzen meer. Toen ik zwanger was, werd me overal gevraagd in interviews, maar ook gewoon bij de slager: was het gepland? Dat vráág je toch niet? Die schaamteloosheid vind ik heel interessant.”
Niet alleen je spel, maar ook je succes lijkt vanzelfsprekend. Je had al vroeg grote rollen, was ‘de muze van Theo van Gogh’. Alsof het je allemaal kwam aanwaaien.
„Ik heb altijd hard gewerkt wanneer dat nodig was, maar ik ben niet heel ambitieus. Misschien dat je dat bedoelt. Je moet het ook niet te graag willen, denk ik. Vanaf het begin ben ik heel selectief geweest in mijn keuze voor films en interviews. Ik moet soms zo lachen om mensen die keihard werken en maar rondrennen en dan in dat heel drukke schema één uur inplannen omdat ze yoga moeten doen voor de ontspanning!”
Dat doe jij niet?
„Ik sla dan liever dat uurtje yoga over en probeer voor de rest alles met een gezond, maar niet dodelijk relativeringsvermogen te zien. Dat klinkt alsof een carrière me niets uitmaakt, maar dat is absoluut niet waar. Ik kan ongelooflijk van mijn werk genieten.”

Regisseurs spelen daarin een grote rol.
„Ja, ik vind het belangrijk dat er wederzijds begrip is en dat ik het goed vind wat hij of zij wil vertellen. Dat maakt het voor mij aantrekkelijk om mee te denken. Al mislukt een film ten dele, het gaat om de poging, vind ik. Het gaat om al die dagen op de set. Ik ben blij als het resultaat ook geslaagd is, maar zo niet, dan niet. Dan heb ik wel een paar maanden of weken op een set doorgebracht met mensen met wie ik echt contact heb, met wie ik goede gesprekken kan voeren en die me inspireren. Dat vind ik goed leven.”
Daar doe je het voor?
„Nou, nog belangrijker vind ik de tijd die ik met mijn gezin en beste vrienden doorbreng. En dan gaat het niet om die stomme ‘qualitytime’ waar iedereen het over heeft. Het gaat gewoon om tijd, veel tijd met elkaar. Een uur per week is niet genoeg. Ik kies ervoor om afhankelijk van anderen te zijn en vind het heerlijk om me daaraan over te geven. Op een ander vertrouwen, dat is ook een nastrevenswaardig doel bij de regisseurs met wie ik werk: ik sta er voor hen, niet voor mezelf of voor het publiek.”
Een jaar na de dood van jouw regisseur Theo van Gogh overleed je moeder aan kanker. Jullie waren heel hecht.
„Mijn moeder was mijn grote zekerheid, zowel privé als in mijn werk. Ik besprak alles met haar. Tijdens haar ziekbed en na haar overlijden ontdekte ik een kracht in mezelf die er al zat, maar die ik nog nooit had hoeven aanspreken. Toen voelde ik dat ik het alleen ook allemaal wel aan kan. Tegelijkertijd heeft haar dood me juist meer op mijn naasten teruggeworpen, op mijn man [Michiel Huisman, red.]. Ik denk dat ik op dat moment juist gemakkelijker kon accepteren dat iemand anders voor mij zou zorgen. Het is heel bevrijdend om de controle uit handen te kunnen geven. En ik vind het mooi als je ondanks een groot verlies, niet bang wordt om iemand toe te laten. Dat je jezelf meteen weer kwetsbaar kunt maken.”
this interview first published here
Leave a Reply