kagablog

November 8, 2009

miou-miou

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 6:53 pm


October 12, 2009

Een kalf van klatergoud

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 12:08 pm

gouden_kalf_016_268730d.jpg

Voor de Utrechtse Schouwburg stond, toen iedereen allang was vertrokken, nog het meer dan kalfsgrote afgietsel van het Gouden Kalf – als klatergouden herinnering aan een overschat festival, dat uitmondde in de toekenning van de prijs van beste acteur aan een zestienjarige jongen. Dit is een met enig chagrijn opgetikte zin van een bezoeker die zich over dat festival geen oordeel kan aanmatigen omdat hij veel te weinig films zag. Eigenlijk zag hij er maar één. Maar zou het kunnen zijn dat die ene exemplarisch was voor een grote malaise?

Ik keek, op een donderdagavond, in een slechts voor een kwart gevulde zaal, naar de festivalvertoning van ’Winterland’, een film van beeldend kunstenaar Dick Tuinder, die in de pers een aantal zeer welwillende voorbeschouwingen had gekregen. Daarin was sprake van ’een pratend en bewegend schilderij van anderhalf uur’. ’In de wereld van Dick Tuinder is het echte fictief en het fictieve echt. En zodra je ergens je vinger op legt verschuift alles’. (De Volkskrant). Het is ’een sprookjesachtige roadmovie’ (NRC). De regisseur noemt zijn film in deze krant ’een reis door verschillende virtuele, echte en fantasiewerelden en langs alle mogelijke manieren om daar verhalen over te vertellen’ en ’het zijn werkelijkheden die maar een paar seconden naast elkaar liggen’. ’Het wordt een mix van live action, animatie, film-in-een-film en film-over-film’.

Het is ’diep en licht tegelijkertijd’ en hij kreeg er, vernamen we, maar een bescheiden 300.000 euro voor – deels van het Filmfonds en deels van de Mondriaanstichting. En er komen pratende stenen in voor, want de regisseur vind het ’verfrissend om al die filosofische vragen waarmee ik mijn personages opzadel eens vanuit het perspectief van die stenen te bekijken’.

De film is volgens hoofdrolspeelster Tara Elders een wandeling door het hoofd van Dick Tuinder, maar volgens NRC is hij juist een eerbetoon aan Tara Elders.

Zulke dingen werden er over de film gezegd. Gebazel? Ja.

De film was een draak uit het genre dat traagheid en een spaarzaam woordgebruik gelijkstelt aan diepgang. Alle zeggingskracht moet uit het beeld komen of uit een quasi diepzinnige oneliner, in een verhaal zonder lijn of plot. Er zijn er die dit een arthouse film zouden noemen. Er komt geen hond naar kijken.

Daartegenover staat de publieksfilm, zoals ’De Storm’, daar leveren we in dit land jaar na jaar middelmatige proeven van af. Ziedaar de malaise, onze keuze uit de Nederlandse cinema – jaarlijks gevierd met een groots incestueus festival en een regen aan prijzen, waarmee iedereen iedereen feliciteert.

Kan ik dat allemaal afleiden uit die ene film? Misschien, want alles kwam erin samen: de industrie, de sponsors, de steracteurs (naast Elders ook haar man Michiel Huisman), het festival dat hem opnam, de filmkritiek (die overigens zweeg na de première), zelfs het schaarse publiek, dat hem bekeek – de keizer in zijn nieuwe kleren.

wim boevink

6 oktober 2009

this opinion first published in trouw.nl

October 10, 2009

artisticiteit blijft bovendrijven op nff

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 7:46 pm

winterland.jpg

De première van Winterland op het Nederlands Filmfestival zorgde voor enthousiasme en discussie, evenals Nothing Personal van de Pools-Nederlandse regisseuse Urszula Antoniak.

De voorpagina van de NFF-dagkrant bevatte dagelijks een grote foto van een moment op de rode loper, waarmee ons mini-Hollywood, onze sterren en bekende Nederlanders in het zonnetje werden gezet. Ergens op het Nederlands Filmfestival (NFF) speelde zich kennelijk een andere realiteit vol glitter en glamour af, waar het publiek geen deelgenot van was.

Na de verdeling van een karrenvracht Gouden Kalveren op het NFF stapt de filmwereld van de roze wolk weer in de dagelijkse realiteit. Met 151.000 bezoekers werd een record geboekt, gevoegd bij de 1.9 miljoen bezoekers van de website van het NFF en het online filmfestival, zijn dat indrukwekkende cijfers.

Dat betekent nog niet dat het goed gaat met de Nederlandse film. Het succes en de immense media-aandacht voor het NFF geven een vertekend beeld van de realiteit. Ondanks het grote aanbod in de diverse genres worden er veel zwakke films gemaakt en is de kwaliteit over de hele linie matig.

De producenten van De Storm, het epos over de watersnoodramp in Zeeland in 1953, zullen zeer tevreden zijn met de maar liefst 135.000 bezoekers die de film al in de eerste week trok. Ondanks de enorme impact van het historische onderwerp is het een magere en teleurstellende film geworden over een jonge, ongehuwde vrouw die haar baby kwijtraakt. Een gemiste kans.

De interessante films komen toch uit de artistieke hoek. Eigenzinnige filmmakers als Alex van Warmerdam (De laatste dagen van Emma Blank), Esther Rots (Kan door huid heen), Urszula Antoniak (Nothing Personal) en Dick Tuinder (Winterland) hebben zeer bijzondere films gemaakt. Van Warmerdam kennen we al als uniek talent en buitenbeentje van de Nederlandse cinema. Dick Tuinder en Urszula Antoniak maakten veel indruk met hun debuutfilms.

Winterland is een fascinerend debuut, een fantasierijke combinatie van live action, animatie, film-in-een-film, een duizelingwekkende opeenhoping van meerdere lagen realiteit en fantasie. Beginnend met een Jules Verne-achtig verhaal over een stel excentrieke personages die een ruimtereis maken, zien we acteurs die verdwalen in een mysterieus bos, en beelden van de filmploeg tijdens de bewogen opnametijd.

De première van Winterland op het festival zorgde voor enthousiasme en discussie. Want waar gaat deze film in hemelsnaam over? Een film over een film in een film, een prikkelend spel tussen realiteit en fantasie. Of Winterland daadwerkelijk publiek gaat trekken, is de grote vraag. Soms trekken dit soort artistieke producties 2.000 tot 3.000 bezoekers, dat is echt veel te weinig.

Daar gingen nogal wat debatten over onder de professionals: hoe kunnen we de artistieke film beter verkopen? En wanneer kunnen we als Nederlandse cinema weer eens een rol spelen op de grote buitenlandse filmfestivals? Daarvoor werd het label Dutch Angle in het leven geroepen, om veelbelovende jonge regisseurs en hun werk te promoten.

Het woord urgentie viel wel vaker. Nederlandse speelfilms missen urgentie, we zijn te gezapig. Werkelijk bevredigende oplossingen hoe de betere film verkocht kan worden, kwamen tijdens de debatten ook niet boven water. Ieder jaar valt er wel een dergelijk verhaal te noteren, hetgeen een moedeloos gevoel oplevert.

Filmmakers die werkelijk gedreven zijn, doen hun ding wel en zeuren niet over filmfondsen en omroepen die hun plannen zouden dwarsbomen. Zo had beeldend kunstenaar Dick Tuinder een plan voor een speelfilm waar hij jaren aan heeft gewerkt. Het resultaat is er wel naar.

Het slotakkoord van het NFF was verrassend en hoopvol. Nothing Personal van de Pools-Nederlandse regisseuse Urszula Antoniak won vier Gouden Kalveren, waaronder die voor beste regie en beste lange speelfilm. Dat is opmerkelijk voor een kleine persoonlijk getinte film.

Nothing Personal is een fraaie debuutfilm gedraaid in een wonderschoon Ierland, en handelt over een merkwaardige liefdesrelatie tussen een jonge Nederlandse vrouw en een oudere Ier. Deze film won een maand geleden trouwens al een pak prijzen op het filmfestival van Locarno.

Hoofdrolspeelster Lotte Verbeek won helaas geen Gouden Kalf voor haar aangrijpende vertolking. Die prijs ging naar Rifka Lodeizen voor haar evenzeer indrukwekkende hoofdrol in Kan door huid heen. Het is een bloody shame dat deze prachtige film pas op 17 december in première gaat. Dat heeft te maken met het doekentekort van de Nederlandse filmtheaters.

Ulrik van Tongeren

this review first appeared here http://www.ravagedigitaal.org/index.htm?2009/film39/filmblik.php~mainFrame

sigrid punter (oor) reviews winterland live

Filed under: dick tuinder, reviews, music — ABRAXAS @ 4:12 pm

0211.jpg
0212.jpg

this review first appeared in oor.nl

October 8, 2009

winterland live

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 12:31 am

0122.jpg
0123.jpg

October 1, 2009

‘Mijn werk hoeft niet eerlijk te zijn’

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 1:03 pm

Beeldend kunstenaar Dick Tuinder maakte met Winterland een ‘pratend en bewegend schilderij van anderhalf uur’. Daarin is een grote rol weggelegd voor Sally Dewinter, een personage dat in allerlei vormen in zijn werk opduikt.


‘Ik vind het natuurlijk niet erg als er gewoon niks van te begrijpen valt, maar dát zou ik dan wel graag begrijpen, snap je?’

Halverwege de film Winterland beklaagt hoofdrolspeelster Tara Elders zich bij de regisseur, beeldend kunstenaar Dick Tuinder (1963, Kampen). Die luistert met een half oor, mompelt ‘uh-huh’ tegen zijn actrice en schildert kalmpjes verder aan een enorm oog.

De scène is aan de speelfilm toegevoegd nadat een dagbladjournalist afgelopen zomer de filmset bezocht, op een landgoed in Overijssel, en in haar artikel schreef dat Winterland ook een eerbetoon aan actrice Elders wordt. Dat wist Tara Elders namelijk niet. Of Tara Elders speelt dat ze dat niet wist. Of Tara Elders speelt dat ze speelt dat ze dat niet wist.

Tuinder: ‘In Winterland speelt Tara een grote filmster met kuren en nukken, en ik een egomane kunstenaar die bezig is met een project waarvan niemand iets begrijpt. Die scène had een vreemde therapeutische werking. Eigenlijk waren we in deze scène meer onszelf dan in de werkelijkheid, waar je vaak allerlei dingen voor de vorm moet ophouden.’

winterland1

In de wereld van Dick Tuinder is het echte fictief en het fictieve echt. En zodra je ergens je vinger op legt, verschuift alles. Hij trekt een betoverend, surrealistisch landschap op uit zelfgemaakte decorstukken, maar als het zo uitkomt, toont hij net zo lief de bordkartonnen achterkant. En in plaats van over een speelfilm (het is zijn eerste) spreekt hij liever over een ‘pratend en bewegend schilderij van anderhalf uur’. En het échte hoofdpersonage is niet Tara Elders, maar Sally Dewinter. Een klein meisje is ze, met strikje, roze jurk en koffertje. Onschuldig, maar niet naïef. Ze orakelt in het Engels en vat de wereld om haar heen in speelse, diepzinnige oneliners. Sally heeft de geest van een volwassene. Of beter: van een volwassen filosoof. Soms is Sally getekend, en verschijnt ze in boekvorm, of als tekenfilm (The Garden of Nothing, 2007) of op internet (www.sallydewinter.com). Dan bestaat ze weer even real life, en laat Tuinder haar spelen door een actrice, zoals in de korte film Most Things Never Happen (2005).

In Winterland (ondertitel: a true story that never happened) wordt ze gespeeld door Kiriko Mechanicus (13), de dochter van de in 2005 overleden fotograaf Philip Mechanicus. Tuinder: ‘Ik heb eerst een casting gedaan, met allemaal meisjes die ongetwijfeld getalenteerd waren, en moeders die vertelden over de showballetten en musicals waar hun dochters al in hadden gezeten. Kinderen die écht wilden acteren.’ Dat werkte niet, ondervond hij. ‘Ik kon het ook niet aan ze uitleggen. Ik kende Kiriko en Kiriko kende Sally, ze was zelfs fan. Ik speel niet Sally, ik bén Sally, zei ze.’

In 1993 kreeg Tuinder de Grolsch-prijs voor aanstormend filmtalent. ‘Ik ben daarna nog wel eens bij een producent langs geweest met een idee. Leuk plan, zei hij, gaan we over twee jaar indienen. Toen dacht ik: film is niks voor mij.’ Pas toen de technische ontwikkeling hem in staat stelde om gewoon zelf thuis in zijn atelier films te maken, pakte hij de draad weer op. Winterland is meer dan een film. Er verschijnt ook een cd, met Winterland-liedjes, van Tuinders vriendin, muzikante Sonja van Hamel (popduo Bauer) en er volgen nog optredens op de première tijdens het NFF, en aansluitend in de Melkweg. ‘Muziek, dingetjes, en ik zal wat live gaan schilderen.’

Op zijn atelier en kantoor aan een Amsterdamse gracht, voorheen in gebruik als yoga-school, maar nu behangen met tekeningen en schilderijen, memoreert Tuinder de geboorte van Sally. Al schetsend. Want praten en daarbij níet tekenen, dat lukt hem maar moeilijk. In 2002 zat Tuinder in een vliegtuig naar Zuid-Afrika, op weg naar zijn vriend, de filmer/kunstenaar Aryan Kaganof, die voorheen door het leven ging als Ian Kerkhof (Kyodai Makes the Big Time, Naar de klote!). ‘Ik hing ergens boven nachtelijk Congo. Ik kon niet slapen en staarde naar buiten, naar de lichtjes die ik af en toe onder me zag, van dorpjes of kookpotten. Het was als een spiegel van de sterrenhemel. En opeens tekende ik een meisje: Sally Dewinter. Ik had ook onmiddellijk die naam, die me goed beviel: zowel Nederlands als Engels. Kaganof zag die eerste tekening en kreeg kippenvel. Hij mompelde wat over de miljoenen die ik er mee zou kunnen verdienen, en zei ernstig: ze gaat je leven redden.’

winterland1.jpg

Op de set van Winterland

De merchandising moet overigens nog op gang komen, erkent Tuinder. Hij toont zijn Sally Dewinter muismat. ‘Oplage één.’

Kaganof filmde ook de making of-documentaire van Winterland, die het ‘hoe en waarom’ onderzoekt, en eveneens te zien is tijdens het NFF.

In het jaar voorafgaand aan Sally’s ontstaan, begon Tuinder zich steeds meer te storen aan de somberheid in zijn tekeningen. ‘Het leidde uiteindelijk tot een verbijsterend simpel inzicht: mijn werk hoeft helemaal niet eerlijk te zijn, of over mijzelf en mijn gevoelens te gaan. Ik kan daar ook iets of iemand anders voor gebruiken. Sally is de neutrale observator van dingen waarvan ik zelf bijvoorbeeld angstig, opgewonden of tobberig zou worden.’

Soms tekent hij haar een periode niet, en dan stokken de teksten ook. ‘Dan denk ik soms: misschien is het op. Maar als ik haar dan weer teken, komen de teksten vanzelf. Ze is een instrument, een beschouwer. Een beetje zoals een oogballon.’

De oogballon is, naast Sally en wat pratende stenen, een terugkerend element in het werk van Tuinder. ‘Ik tekende ooit reusachtige paddestoelen die ballonnen baarden, en die zweefden naar een stad die bevolkt werd door ogen, en zo ontstond dan weer de oogballon – merkwaardig ja. Maar het is leuker om over de tijdsbeleving van pratende stenen te denken, dan je zorgen te maken over de huur en daar een verhaal over te schrijven.’

Winterland is nog op de volgende dagen te zien in Utrecht:
City: di. 29-09 19:30
Movies: wo. 30-09 22:15
Rembrandt: do. 01-10 22:15

Bor Beekman

this review first published by vpro/volkskrant

Bestaat Tara Elders nou wel of niet?

Filed under: dick tuinder, kaganof short films — ABRAXAS @ 12:30 pm

De beschaving en andere hersenspinsels beschouwd tijdens het maken van een uiterst kunstzinnige speelfilm – Aryan Kaganof

Terwijl kunstenaar Dick Tuinder een uiterst kunstzinnige speelfilm staat te maken, is er nog een kunstenaar op de set van Winterland. Zijn naam is Aryan Kaganof (voorheen Ian Kerkhof) en hij heeft op een spiegel een tekst geschreven:

There are two-way mirrors which allow you innocently to spy on people. This is one of the finest metaphors for consciousness. There is no two-way screen because there is nothing to see on the other side of the screen, nothing to see without being seen.
Deze uitspraak van Jean Baudrillard, een post-moderne filosoof, legt hij voor aan de acteurs en filmmakers die er rondlopen.

Iedereen reageert er anders op. ‘Dit gaat over Tara Elders,’ zegt actrice Lotte Proot. Er ontstaat een gesprek over het wezen van een mannelijke acteur. ‘Een mannelijke acteur is een vrouwelijke man,’ stelt Kaganof. ‘Mannen willen waarheid,’ oppert de actrice, ‘en vrouwen willen verhullen.’ En later zegt ze: ‘Van woorden word ik gelukkig’, waarop Kaganof zegt: ‘Word je alleen gelukkig van dat wat je begrijpt? Dan heb je een heel ongelukkig bestaan.’

Wat betekent…

‘Ik begrijp het niet,’ zegt Kiriko Mechanicus terwijl ze naar de letters kijkt. Ze speelt Sally Dewinter in Winterland. De 13-jarige actrice houdt alles eenvoudig. ‘Wat betekent consciousness?’ Als ze zichzelf zou zien staan op de set, kijkend naar de grote oog-ballon die op zijn beurt naar haar kijkt, zou ze deze vraag misschien kunnen beantwoorden. Even later heeft ze een mooi antwoord op de vraag wat fictie is: ‘Dat is het tegenovergestelde van realiteit’.

Tussen deze spiegelfragmenten door koopt Dick Tuinder een paar NRC’s, maar ook oude kaas, maakt hij (aan-)tekeningen in een schrift en praat hij op de set over de juiste volgorde van de opnames. Hij speelt in Winterland zichzelf, net als Tara Elders, maar ook weer niet. Tuinder: ‘Als je een film maakt, ben je voortdurend aanschouwer van wat je hebt gedaan. (…) Op de set speel ik een regisseur, maar wel zo goed, dat ik het zelf geloof.’

Gekanteld

Het ingewikkelde van De beschaving en andere hersenspinsels is dat Kaganof op een set filmt waar een film gemaakt wordt waarin een film gemaakt wordt. Dit geeft op sommige momenten een Droste-effect, letterlijk wanneer je kijkt naar Tuinder die door een monitor kijkt naar het spel van Tara Elders, die dus zichzelf speelt. Alhoewel… kan dat wel, jezelf spelen? Nee, is de conclusie van Tuinder en Kaganof. En dus: Tara Elders bestaat niet.

De film wekt verwarring, wat is gespeeld in Winterland en wat niet..? Hij maakt nieuwsgierig naar deze film. En om de verwarring nog iets groter te maken: Kaganof meldt dat hij ‘in de ban van filosoof Immanuel Kantel’ is. Vandaar dat hij sommige beelden heeft gekanteld.

Eva Wals

September 26, 2009

Ik ben niet heel ambitieus: Zo blijft Tara Elders geïnspireerd

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 10:55 pm

Door Jente Posthuma

Tara Elders (29) is actrice en speelt zichzelf in de speelfilm Winterland van Dick Tuinder.
Aanstaande dinsdag gaat de film in première op het Film Festival in Utrecht.

0244.jpg

„Tara Elders is een echte glamouractrice, maar ook een gewoon meisje”, zegt filmmaker en beeldend kunstenaar Dick Tuinder. In zijn atelier laat hij de eerste beelden uit zijn speelfilmdebuut Winterland zien, ‘een mix van live-action, animatie, film-in-een-film en film-over-film’, aldus de regisseur. In het droomachtige Winterland, ergens op het kruispunt van werkelijkheid en fictie, ontmoeten zijn twee muzen elkaar: de actrice Tara Elders (29) en het virtuele meisje Sally Dewinter (ongeveer 9), een door Dick Tuinder geschapen personage dat figureerde in zijn tekeningen en in twee korte films. De rol van Sally Dewinter wordt vertolkt door Kiriko Mechanicus, Tara Elders speelt zichzelf: een actrice op de set van Dick Tuinder (die ook zichzelf speelt). „Ze doet alles met grote subtiliteit en gemak in haar spel”, zegt hij. „Net als bij Sally wordt alles vanzelfsprekend zodra zij het beeld instapt.”

De volgende dag weet ik niet goed met wie ik heb afgesproken: de echte glamouractrice of het gewone meisje. Tot ze het café binnenkomt. Ze heeft hard gefietst om op tijd te zijn. „Het was weer zo’n haastochtend”, zegt ze. Even later biedt ze me een hapje van haar tosti aan.

Volgens Dick Tuinder ben je zowel een echte glamouractrice als een gewoon persoon en wordt alles vanzelfsprekend zodra jij in beeld stapt.
„Goh.”

Wist je dat niet?
„Nee. Tegen mij zei hij dat hij me vooral ziet als ‘Tara Elders, de actrice’, want zo heeft hij me leren kennen. Later zei hij: ‘Eigenlijk ben je helemaal geen actrice, je bent meer een soort aanwezigheid.’ Dus ja.”
Ik las dat de film Winterland een eerbetoon aan Tara Elders is.
„Dat schreef Dana Linssen van NRC Handelsblad na een bezoekje op de set. Datzelfde weekeinde schreef Dick een extra scène waarin ik zeg dat ik uit de krant moet vernemen dat de film een eerbetoon is aan mij. En dat ik me afvraag of dat wel waar is.”

Beschouw je de film niet als een eerbetoon aan jezelf?
„Nee, helemaal niet. Ik vind dat Dick dat in die scène heel goed geschetst heeft.”

In diezelfde scène zeg je ook dat je steeds meer het gevoel krijgt dat de film eigenlijk een eerbetoon aan Dick Tuinder zelf is.
„Precies. Winterland is een wandeling door het hoofd van Dick Tuinder, waarin al zijn ideeën, tekeningen en personages tot leven komen. Totaal surreëel, en ook ontzettend grappig. Ik speel ‘Tara Elders’, een nogal bitchy tutje, zogenaamd een typische steractrice. Ik vind het leuk om daar de spot mee te drijven, mezelf er slechter vanaf te brengen dan goed voor me is.”

Want je bent niet zo?
„Nee, ik ben niet zo’n diva hoor. Voor de eerste opnamedag van een film ben ik altijd heel zenuwachtig. Dat hoort er gewoon bij voor mij, ook omdat ik het prettig vind om intuïtief te acteren en emoties echt te voelen. Toch denk ik er de laatste tijd wel over na dat ik die emoties niet alleen maar over mezelf moet laten gaan. Ik ben niet de enige die een film tot de verbeelding laat spreken. Dat doet een cameraman, dat doet het geluid, de montage, de muziek achteraf. En als je je daarvan bewust bent, weet je ook wanneer je zelf wat meer moet geven en wanneer je een ander het werk kunt laten doen. Niet om mezelf de moeite te besparen, maar uit respect voor het medium, en iedereen die daar een bijdrage aan levert.”

0245.jpg

Ben je je met de jaren zekerder gaan voelen?
„Ik denk juist dat mijn onzekerheid gegroeid is. Niet zozeer op de set, maar wel daarbuiten. Als je bekend bent, is het alsof er elke dag een groep mensen met je meegaat naar je werk om je te beoordelen. Hoe erg ik ook probeer het niet binnen te laten komen, ik ben me er wel van bewust dat ik word bekeken. Er zijn sowieso in de dagelijkse omgang weinig grenzen meer. Toen ik zwanger was, werd me overal gevraagd in interviews, maar ook gewoon bij de slager: was het gepland? Dat vráág je toch niet? Die schaamteloosheid vind ik heel interessant.”

Niet alleen je spel, maar ook je succes lijkt vanzelfsprekend. Je had al vroeg grote rollen, was ‘de muze van Theo van Gogh’. Alsof het je allemaal kwam aanwaaien.
„Ik heb altijd hard gewerkt wanneer dat nodig was, maar ik ben niet heel ambitieus. Misschien dat je dat bedoelt. Je moet het ook niet te graag willen, denk ik. Vanaf het begin ben ik heel selectief geweest in mijn keuze voor films en interviews. Ik moet soms zo lachen om mensen die keihard werken en maar rondrennen en dan in dat heel drukke schema één uur inplannen omdat ze yoga moeten doen voor de ontspanning!”

Dat doe jij niet?
„Ik sla dan liever dat uurtje yoga over en probeer voor de rest alles met een gezond, maar niet dodelijk relativeringsvermogen te zien. Dat klinkt alsof een carrière me niets uitmaakt, maar dat is absoluut niet waar. Ik kan ongelooflijk van mijn werk genieten.”

0246.jpg

Regisseurs spelen daarin een grote rol.
„Ja, ik vind het belangrijk dat er wederzijds begrip is en dat ik het goed vind wat hij of zij wil vertellen. Dat maakt het voor mij aantrekkelijk om mee te denken. Al mislukt een film ten dele, het gaat om de poging, vind ik. Het gaat om al die dagen op de set. Ik ben blij als het resultaat ook geslaagd is, maar zo niet, dan niet. Dan heb ik wel een paar maanden of weken op een set doorgebracht met mensen met wie ik echt contact heb, met wie ik goede gesprekken kan voeren en die me inspireren. Dat vind ik goed leven.”

Daar doe je het voor?
„Nou, nog belangrijker vind ik de tijd die ik met mijn gezin en beste vrienden doorbreng. En dan gaat het niet om die stomme ‘qualitytime’ waar iedereen het over heeft. Het gaat gewoon om tijd, veel tijd met elkaar. Een uur per week is niet genoeg. Ik kies ervoor om afhankelijk van anderen te zijn en vind het heerlijk om me daaraan over te geven. Op een ander vertrouwen, dat is ook een nastrevenswaardig doel bij de regisseurs met wie ik werk: ik sta er voor hen, niet voor mezelf of voor het publiek.”

Een jaar na de dood van jouw regisseur Theo van Gogh overleed je moeder aan kanker. Jullie waren heel hecht.
„Mijn moeder was mijn grote zekerheid, zowel privé als in mijn werk. Ik besprak alles met haar. Tijdens haar ziekbed en na haar overlijden ontdekte ik een kracht in mezelf die er al zat, maar die ik nog nooit had hoeven aanspreken. Toen voelde ik dat ik het alleen ook allemaal wel aan kan. Tegelijkertijd heeft haar dood me juist meer op mijn naasten teruggeworpen, op mijn man [Michiel Huisman, red.]. Ik denk dat ik op dat moment juist gemakkelijker kon accepteren dat iemand anders voor mij zou zorgen. Het is heel bevrijdend om de controle uit handen te kunnen geven. En ik vind het mooi als je ondanks een groot verlies, niet bang wordt om iemand toe te laten. Dat je jezelf meteen weer kwetsbaar kunt maken.”

this interview first published here

September 13, 2009

winterland premiere 29 september 2009

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 10:40 pm

0143.jpg

September 12, 2009

de beschaving en andere hersenspinsels…

Filed under: dick tuinder, kaganof short films — ABRAXAS @ 12:34 am

0114.jpg

September 7, 2009

dick tuinder, amsterdam, 3/09/09

Filed under: dick tuinder, kagaportraits — ABRAXAS @ 12:47 am

054.jpg

September 1, 2009

Beeldend kunstenaar Dick Tuinder over Winterland, de speelfilm over zijn creatie Sally Dewinter.

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 8:58 am

Door Bor Beekman

0.jpg

‘Ik vind het natuurlijk niet erg als er niks van te begrijpen valt, maar dát zou ik dan wel graag begrijpen, snap je?’ Halverwege de film Winterland, beklaagt hoofdrolspeelster Tara Elders zich bij de regisseur van Winterland; beeldend kunstenaar Dick Tuinder (1963, Kampen). Die luistert met een half oor toe, mompelt ‘uh-huh’ tegen zijn actrice en schildert kalmpjes verder aan een enorm oog.

De scène is aan de speelfilm toegevoegd nadat filmjournaliste Dana Linsen afgelopen zomer de filmset bezocht, op een landgoed in Overijssel, en in haar artikel schreef dat Winterland ook een eerbetoon aan actrice Elders wordt. Dat wist Tara Elders namelijk niet. Of Tara Elders speelt dat ze dat niet wist. Of Tara Elders speelt dat ze speelt dat ze dat niet wist.

Tuinder: ‘In Winterland speelt Tara een grote filmster met kuren en nukken, en ik een soort egomane kunstenaar die bezig is met een project waar niemand iets van begrijpt. Die bewuste scène had een vreemde therapeutische werking. Plotseling kon ik gelegitimeerd vaag zijn, en Tara kon het gelegitimeerd niet begrijpen. Eigenlijk waren we in deze scene meer onszelf dan in de werkelijkheid, waar je vaak allerlei dingen voor de vorm moet ophouden.”

In de wereld van Dick Tuinder is het echte fictief en het fictieve echt. En zodra je ergens je vinger op legt, verschuift alles. Hij trekt een betoverend, surrealistisch landschap op uit zelfgemaakte decorstukken, maar als het zo uitkomt, toont hij net zo lief de bordkartonnen achterkant. En in plaats van over een speelfilm (het is zijn eerste) spreekt hij liever over een ‘pratend en bewegend schilderij van anderhalf uur’. En het échte hoofdpersonage is niet Tara Elders, maar Sally Dewinter. Een klein meisje is ze, met strikje, roze jurk en koffertje. Onschuldig, maar niet naïef. Ze orakelt in het Engels en vat de wereld om haar heen in speelse, diepzinnige oneliners. Sally heeft de geest van een volwassene. Of beter: van een volwassen filosoof. Soms is Sally getekend, en verschijnt ze in boekvorm, of als tekenfilm (The Garden of Nothing, 2007) of op internet (www.sallydewinter.com). Dan bestaat ze weer even reallife, en laat Tuinder haar spelen door een actrice, zoals in de korte film Most Things Never Happen (2005).

In Winterland (ondertitel: a true story that never happened) wordt ze gespeeld door Kiriko Mechanicus (13), de dochter van de in 2005 overleden fotograaf Philip Mechanicus. Tuinder: ‘Ik heb eerst een casting gedaan, met allemaal meisjes die ongetwijfeld getalenteerd waren, en moeders die vertelden over de showballetten en musicals waar hun dochters al in hadden gezeten. Kinderen die écht wilden acteren.’ Dat werkte niet, ondervond hij. ‘Ik kon het ook niet aan ze uitleggen. Ik kende Kiriko en Kiriko kende Sally, ze was zelfs fan. Kiriko is ook zo’n soort meisje, ze leeft een beetje in haar eigen wereld.’

“Ik speel niet Sally, ik bén Sally,” zei ze.

In 1993 won Tuinder de Grolsch-prijs voor aanstormend filmtalent. ‘Ik ben daarna nog wel eens bij een producent langs geweest met een idee. Leuk plan, zei hij, gaan we over twee jaar indienen. Toen dacht ik: film is niks voor mij.’ Pas toen de technische ontwikkeling hem in staat stelde om gewoon zelf thuis in zijn atelier films te maken, pakte hij de draad weer op. Winterland is meer dan een film. Er verschijnt ook een cd, met Winterland-liedjes, van Tuinders vriendin, muzikant Sonja van Hamel (oud-Bauer) en er volgen nog optredens op de première tijdens het NFF, en aansluitend in de Melkweg. ‘Muziek, film, dingetjes, en ik zal wat live gaan schilderen.’

Op zijn atelier en kantoor aan een Amsterdamse gracht, voorheen in gebruik als yoga-school, maar nu behangen met tekeningen en schilderijen, memoreert Tuinder de geboorte van Sally. Al schetsend. Want praten en daarbij níet tekenen, dat lukt hem maar moeilijk. In 2002 zat Tuinder in een vliegtuig naar Zuid-Afrika, op weg naar zijn vriend, de filmer/kunstenaar Aryan Kaganof, die voorheen door het leven ging als Ian Kerkhof (Kyodai Makes the Big Time, Naar de Klote!). ‘Ik hing ergens boven nachtelijk Kongo. Ik kon niet slapen en staarde naar buiten, naar de lichtjes die ik af en toe onder me zag, van dorpjes of kookpotten. Het was als een spiegel van de sterrenhemel. En opeens tekende ik een meisje: Sally Dewinter. Ik had ook onmiddellijk die naam, die me goed beviel: zowel Nederlands als Engels. Kaganof zag die eerste tekening en kreeg kippenvel. Hij mompelde wat over de miljoenen die ik er mee zou kunnen verdienen, en zei ernstig: ze gaat je leven redden.’

De merchandising moet overigens nog wat op gang komen, erkent Tuinder. Hij toont zijn Sally Dewinter muismat. ‘oplage één.’

Kaganof filmde ook de making off-documentaire van Winterland, die het ‘hoe en waarom’ onderzoekt, en eveneens te zien is tijdens het NFF.

In het jaar voorafgaand aan Sally’s ontstaan, begon Tuinder zich steeds meer te storen aan de somberheid in zijn tekeningen. ‘Het leidde uiteindelijk tot een verbijsterend simpel inzicht: mijn werk hoeft helemaal niet eerlijk te zijn, of over mijzelf en mijn gevoelens te gaan. Ik kan daar ook iets of iemand anders voor gebruiken. Sally is de neutrale observator van dingen waar ik zelf bijvoorbeeld angstig, opgewonden of tobberig van zou worden.’

Soms tekent hij haar een periode niet, en dan stokken de teksten ook. ‘Dan denk ik soms: misschien is het op. Maar als ik haar dan weer teken, komen de teksten vanzelf. Ze is een instrument, een beschouwer. Een beetje zoals een oogballon.’

De oogballon, is naast Sally, en wat pratende stenen, een terugkerend element in het werk van Tuinder. ‘Ik tekende ooit reusachtige paddestoelen die ballonen baarden, en die zweefden naar een stad die bevolkt werd door ogen, en zo ontstond dan weer de oogballon - merkwaardig ja. Maar het is leuker om over de tijdsbeleving van pratende stenen te denken, dan je zorgen te maken over de huur en daar een verhaal over te schrijven.’

August 28, 2009

winterland

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 3:52 pm

0206.jpg

August 23, 2009

Filed under: dick tuinder, jimmy "wordsworth" rage — ABRAXAS @ 11:20 am

0168.jpg

August 1, 2009

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 11:58 pm

05.jpg

July 16, 2009

Ochtend in San Nicolaas

Filed under: dick tuinder, literature — ABRAXAS @ 12:14 pm

Het is vijf uur in de ochtend als ik Vendy een lift geef naar de Village. Het is spitsuur in gebruikersland en we moeten onderweg een paar keer stoppen, waarbij ik bij de auto wacht terwijl Wendy een van de schaars verlichtte huizen induikt om iets te kopen en/of te verkopen. We praten eigenlijk nooit over werk en al helemaal niet over wat hij doet. Zijn zachte uitstraling vertelt dat hij er het beste van probeert te maken.

Rust en relatieve koelte hangt over de iets hoger gelegen volksbuurt, maar de rust is bedriegelijk. Zodra ik mij buiten de auto heb geplaatst en een sigaret opsteek komen uit het duister, als schuwe nachtdieren aangetrokken door het licht ende warmte van de auto, schimmen van mensen op mij af. De 55-jarige, als klein meisje verkleedde Mona Lisa heeft het duister en haar postuur aan haar zijde in de illusie van de jeugd, maar de kleine eeltige hand kan haar ware leeftijd niet verbergen.
“I’m Mona Lisa, do you wanna have a good ime?”
Nadat ik mezelf heb voorgesteld als Nat King Cole, geef ik haar een sigaret voordat ze er om heeft kunnen vragen en zeg nee, nee. All times are good, Mona Lisa. Ik zie geen enkele sexuele of antropologische noodzaak om de ongewijfeld hopeloze alledaagse ellende van de 55-jarige crackhoer van dichtbij te gaan bekijken.

Ze streelt de achterbak van de auto, duwt haar onderbuik tegen het grote rode achterlicht en kreunt: “I’m so hot,” waarna ze in lachen uitbarst en weer door het duister wordt opgezogen.

Ze wordt afgelost door een twee meter lange woest kijkende tripper. Hij beweegt als een dronken haantje. Overgeleverd aan spastische impulsen terwijl hij zich meester van de situatie acht. Een stevige duw tegen mijn schouder: “Gimmie a sigaret!”

‘Alsjeblieft’ is een beleefdheidsvorm die in de Mainstreet nog wel eens gehoord wordt, maar hier en op dit tijdstip heeft het geen enkele betekenis. Please has no meaning here. Wie je ook tegenover je hebt: je bent met die persoon alleen. De enige getuigen van wat er komen gaat zijn jij en hij. Niemand anders heeft hier ooit iets gezien.

Hij inhaleert de tabak, die toch een eenvoudige Camel-light is maar op de een of andere wijze een chemische reactie aangaat met de middelen die reeds in zijn bloed spoken, en begint een halve meter van mij vandaan te stuiteren, en wild met zijn armen zwaaiend in tongen te spreken terwijl zijn ogen mij als vanaf grote peilloze hoogte aankijken, op zoek naar een zwakke plek waar hij zou kunnen toeslaan. Zelf ook niet helemaal nuchter zie ik toch in dat dit een situatie is die, zonder duidelijke aanleiding zo maar eens uit de hand zou kunnen lopen. Hij schuift in zijn dansende waanzin nog eens tien centimeter dichter naar mij toe. Tussen de onverstaanbare krakende woorden ruik ik de zoete stookolie, die Vendy mij een uur geleden in de auto heeft laten zien, en die de favoriete drank van de junkies is.

Waar is Vendy overigens? Enkele minuten geleden is hij verdwenen in een huis, honderd meter hier vandaan, maar in geen enkele huis in de nabijheid zie ik licht branden.

De bewegingen van de man die voor mijn neus staat te dansen worden steeds woester. Ik moet iets doen. Hem wegduwen is zinloos en gevaarlijk. Hij is twee meter lang en ongetwijfeld veel beter geprogrammeerd in het ontvangen en uitdelen van klappen dan ik. Bovendien heeft hij weinig te verliezen en veel te winnen in zo’n strijd met mij. Ik leun tegen de auto en wend mijn gezicht van hem af, kijkend in de richting waar de zon moet opkomen. Er wandelt een halfkoele ochtendbries door de Village en ik draai mij weer naar de man toe en blaas hem zacht in zijn gezicht. Hij is te ver heen om zich tegen deze verrassende wending van zaken te keren. Zijn lichaam deinst achteruit, zijn maaiende armen proberen zich aan onzichtbare leuningen vast te houden, maar vergeefs. Een meter is hij nu al van mij vandaan terwijl ik nog eens diep ademhaal en een lange zachte bries in zijn richting blaas. Als een distelpluisje voortgedreven door een zomerwind zweeft hij weg, de duisternis is.

Enige tijd later zet ik Vendy af bij het huis van zijn moeder en rij terug naar mijn afspraak met Francy, die aan het begin van de avond beloofd heeft, na haar werk met mij mee te gaan.

Patrick heeft zich een uur eerder bij thuiskomst vergist en is in de logeerkamer in slaap gevallen waardoor ik zijn kamer, met uitzicht op de palmen en de grootindustrie kan lenen.

Bij ons vertrek zag ik in de kamer van Francy een kort wit doorschijnend nachtjurkje liggen. Ik stopte het in haar kleine reistasje. Ze vind me loco, maar blijkbaar wel op een leuke manier.

In de studio aangekomen gaat zij douchen en wacht ik op het balkon waar ik de hele diepte van de gang naar de douche kan overzien, en dus geen moment van haar entrée hoef te missen. Het is inmniddels half zes in de ochtend en boven de raffinaderij begint het te schemeren. Als een tropische Kim Novak komt Francy na enige minuten uit de douche. Het wit van de babydoll schittert in het halfduister, zoekend naar de juiste contrastverhoudingen. Verlegen, maar toch met koninklijke gratie komt ze met kleine afgemeten stapjes op me toelopen. Halverwege de gang trekt ze de babydoll iets omhoog.

Later die ochtend ontdek ik dat enkel de zachtste kus of aanraking haar naar een extase kan voeren. Ik leg mijn hand zo tussen haar iets samengevouwen benen dat het haar eigen hand wordt die zij zachtjes tegen zich aan duwt. Ze blijft, als bij alles wat ze doet, ook bij het bijna geluidloze orgasme dat volgt, uitermate voornaam. (Als een zich uit armoede prostituerende Russische gravin, in het Parijs van 1920 denk ik, omdat geen passender beeld mij te binnen schiet.)

Ze is de moeder van een zoon van 10. De vader woont ergens in Los Angeles. Dit zijn dat soort tijdens. “La vida es piccolo,” zegt ze en de volgende dag krijgt ze tranen in haar ogen als ze mij, bij het laatste afscheid wanhopig iets probeert duidelijk te maken. Ze kijkt naar het verhaspelde adres dat ik voor haar op een papiertje heb geschreven, wijst naar de niet bestaande straatnaam en het niet bestaande huisnummer en stelt keer op keer dezelfde vraag die ik godzijdank niet kan verstaan. Ze accepteert de 100 dollar die ik haar zomaar geef gelaten en zonder een blijk van dankbaarheid. Terecht, want ze weet waar dit geld over gaat.

Haar exclusieve gevoeligheid voor de zachtste aanraking, is haar harnas tegen de wanhoop, en het gezicht van haar tegenslag waardoor deze koninging moeder zich nog enkele maanden moet schikken in een ongetwijfeld functioneel maar kleinerend regime van bijna slapeloze dagen en nachten, non-stop, en geen geld, geen tijd en geen vergunning voor zoiets als een uitje naar het strand. In het kleine San Nicolaas is ze binnen twee straten van de bar waar ze werkt verdwaalt. Hoewel we de zaken natuurlijk ook niet moeten overdrijven. Ze had ook oud en lelijk kunnen zijn. En waar was ze dan geweest?
La vida es piccolo.

Ook in haar slaap is ze voornaam als een Numidische farao, met een gezicht dat uit de fijnste rivierklei lijkt te zijn geboetseerd. Zelfs haar zachte, uitsluitend uit beschaafde middentonen opgebouwde snurkgeluidjes voegen enkel meer majesteit aan deze moeder zonder kind toe. Terwijl ik naar haar kijk en haar haren streel vraag ik me af of ik goed of slecht ben. Het is onmogelijk dat ik verliefd ben, en toch voel ik liefde. Misschien wel echter dan al die keren toen ik dacht dat het echt was.

De volgende dag, wederom rond zes uur ‘s ochtends parkeer ik, vervuld van het definitieve afscheid van Francy de auto voor de studio. Claire zit op het balkon en kijkt verbaasd en als altijd enigzins op haar hoede naar de zonsondergang. Ze begroet me alsof ik deel van haar mijmering ben.
De jeugdige kunstenaars uit Oranjestad aan wie zij les heeft gegeven zijn de afgelopen nacht onder leiding van Patrick en Glenda uit geweest in San Nicolaas en hebben hun ogen uitgekeken. Ikzelf was in slaap gevallen en rond vier uur ‘s nachts weer wakker geworden van hun thuiskomst waarbij Glenda me meldde dat Francy naar mij had gevraagd waarop ik voor wisseling van de wacht had gezorgd, maar nu weer terug. Overal in het grote huis vind ik sporen van de feestelijke maaltijd die Claire en ik voor onze ondankbare gasten hadden gemaakt. Borden met hete viscurry. Plastic bekers. Peuken. Bierdoppen. De verweesde eettafel. De opgewarmde resten van de de maaltijd na terugkomst uit de stad.

In iedere ruimte liggen, zo lijkt het, mensen te slapen.Maar men slaapt licht temidden van het geraas van het ochtendverkeer. Ik ga op zoek naar whisky en zie in de logeerkamer Jess en Wilfred kuis op het bed liggen. Wilfred wordt wakkker van mijn blik en staat dromerig op. Hij zegt iets en ik antwoord iets. Dan wordt Jess wakker. Ze strekt haar armen naar mij uit en roept mijn naam. Ik negeer Wilfred en loop naar haar toe. Ik ga op het bed zitten en streel haar gezicht en voel hoe onder het mouwloze t-shirt haar tepeltjes hard zijn. We fluisteren zoenend. Onschuldig in onze daad door het onwerkelijke moment van de dag en de aanwezigheid van Wilfred en Claire die verbaasd en in stilte toekijken. Mijn hand rust op haar sleutelbeen en speelt met de warme holte van haar nek, terwijl haar hand door mijn haar streelt. Alles wat we zeggen is waar op dit moment, we delen de lucht tussen ons met wederzijdse gulheid.
“Waar was je nou, ik heb je gemist,” zegt ze.
“Ik was er altijd al. Waar was jij?”
En ik vertel haar over het afscheid van Francy en de tranen in haar ivoren ogen nadat ik me voor het laatst, enigzins liefdeloos en plichtmatig, met haar verenigd had.

“En toch kan ik enkel met deze vrouwen, en dan enkel met de moeders onder hen, een zogenaamd betekenisvolle relatie hebben. Zes vrouwen heb ik hier gekend. Alle zes hebben ze me de foto’s van hun kinderen laten zien. Alle zes heb ik meer geld gegeven dan strikt noodzakelijk was. Is het liefde? Is liefde niet altijd een zakelijke transactie, in diepste zin? Behalve natuurlijk de liefde die niet beantwoord wordt of niet beantwoord kan worden, zoals het belachelijke verzet van jou al die jaren tegen mijn meest oneerbare voorstellen.”

Zelf is ze op dat moment het slachtoffer van een ingewikkelde overzeese en voornamelijk met digitale middelen in stand gehouden lange-afstands relatie, dus ze weet er alles van. En het volgende moment zoenen we, en het heeft niets met de werkelijkheid te maken, maar op dit moment terwijl onze lippen met de vanzelfsprekendheid van een minimalistische blues (1 stem, 1 guitaar) van elkaar proeven, is het allemaal waar. Twee minuut dertig is de lengte van de song en dan zeilt de naald in een mist van statische ruis richting het label, en is het lied voorbij.

Jess stapt uit bed en als ik haar complimenteer over de geweldig leuke onderbroek die ze aanheeft (geen string goddank, maar een degelijke blauwe onderbroek met knoopsgrootte witte stippen en een adembenemend sluw kanten boardje bij de pijpen) is dat alleen maar lief en grappig van mij.

Wilfred, de al niet meer zo heel jonge jonge dichter heeft het tafereel met poetische verbijstering vanuit de deuropening gevolgd, en terwijl Jess in haar leuke onderbroekje naar de keuken sloft richt de oude levenskunstenaar zich tot de jonge dichter: “Look at Jess Wilfred, and look good and proper and note that you can always tell a lady from the underwear she wears. A girl might stun you with a sexy dress, nice shoes or an attitude, but this means nothing. It’s all part of their grand illusion. The bottomline of the difference between a lady and just another brainless fashionaddict is the way she dresses her essentials.”

Wilfred, slaapdronken en nog halfstoned knikt: “Gee Dick, thank you for this insight, I’ll try to remember it when I’m less wasted.”

San Nicolaas/Amsterdam 2007-2008

July 8, 2009

a chastity belt

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 4:54 pm

038.jpg

the discovery of the c2

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 4:50 pm

036.jpg

sally and the mountains

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 9:08 am

028.jpg

July 7, 2009

sally and big rock

Filed under: dick tuinder, art — ABRAXAS @ 3:14 pm

018.jpg

June 23, 2009

sally in winterland: the making of dick tuinder

Filed under: dick tuinder, kaganof short films — ABRAXAS @ 12:32 pm

0199.jpg

June 3, 2009

inner self

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 12:13 am

025.jpg

May 27, 2009

« Civilisation et autres chimères observées pendant le tournage d’un long métrage extrêmement artistique » - 2009 – 1h20

Filed under: dick tuinder, dionysos andronis, kaganof short films — ABRAXAS @ 5:31 pm

Ce long métrage documentaire de Aryan Kaganof a été tourné en 2008 aux décors du film « Winterland » mais le montage a été achevé cette année. C’est un nouveau chef d’œuvre réalisé par Aryan Kaganof et cette fois son écriture filmique est plus conventionnelle que les films précédents de l’Auteur. Kaganof est un fan du cinéaste hollandais Dick Tuinder et ils ont conçu ensemble ce documentaire de fiction comme un « making of » sur le premier long métrage de Tuinder. Nous avions rencontré les deux en août 2008 à Amsterdam. Ils étaient de passage dans la capitale puisque ce film « Winterland » était tourné en pleine province hollandaise. Tuinder et son producteur célèbre Gijs Van Der Westelaken * avaient assisté à la première hollandaise de «SMS Sugar Man» dans la belle galerie « Illuseum», le 9-8-8.

Le film commence par une citation traduite en anglais de Jean Baudrillard et issue de son livre « Fragments ». Nous allons retrouver cette citation comme une œuvre d’art réécrite par Kaganof lui-même sur les décors intérieurs du film. Cette citation commence par : « Il y a des miroirs doubles qui nous permettent d’espionner avec innocence les gens ». C’est le début bref de la philosophie du tournage. Tout le film de Tuinder apparait comme un jeu d’illusions sur les apparences trompeuses et leurs reproductions « innocentes » cinématographiques. C’était aussi le sujet d’un court métrage précédent de Tuinder «Most things never happen» (faut-il vraiment traduire ce titre significatif ?) que nous avions vu au « National Arts Festival » sud-africain en 2005 pendant la rétrospective « Cinéma Dionysiaque ».

La première manipulation sur les spectateurs serait la jeune protagoniste Kiriko Mechanicus qui est en vérité un alter ego de Sally de Winter, l’actrice adolescente favorite de Tuinder. Cette fois la jeune Kiriko devient l’incarnation de Sally et nous offre un chemin secondaire de réflexion sur les apparences. Elle caresse un œil géant accroché sur les décors et qui sert comme œil supérieur de surveillance ou d’observation.

Dick Tuinder achète un bouquin qui a un seul mot au titre « Civilization » (en anglais) et puis fait le va et vient parmi les acteurs et les décors. « Nous allons trouver la solution au montage » nous dit l’intertitre au milieu du film, écrit en hollandais. Il se promène après dans la forêt pendant la nuit en réfléchissant sur sa mise en scène. C’est une action parallèle qui nous aide à changer des lieux et des apparences, afin de ne pas trahir le « réalisme » du dispositif cinématographique. La couturière n’est pas épargnée par le principe d’entretiens filmés. Le grand acteur Thom Jansen revient pendant tout le film pour commenter l’évolution positive des faits.

Et à la fin du documentaire Kaganof pose une question importante au réalisateur, une question qui résume ce jeu des apparences. « Vous aimez jouer le rôle de Dick Tuinder ? »

C’est un chef d’œuvre simple qui n’apporte pas de réponses à la problématique du film original mais qui nous offre une belle promenade dans un paysage artistique d’évasion.

écrit par Dionysos Andronis

· Westelaken avait produit les derniers films controversés de Theo Van Gogh et il avait donné plusieurs entretiens à la télé internationale après son assassinat en 2004.

May 23, 2009

happy at last

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 2:15 am

0298.jpg

May 22, 2009

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 1:58 am

0273.jpg

Next Page »