kagablog

March 8, 2017

Dick Tuinder on SMS Sugar Man

Filed under: 2008 - sms sugar man,dick tuinder — ABRAXAS @ 4:06 pm

HAPPY BEGINNING

Who needs art when one can do with a cellphone?

0

Over Kaganof’s SMS SUGARMAN
en de Beeldenstorm van het Derde Oog.

De eerste keer dat ik SMS Sugarman bekeek had ik allerlei ideeën over de keuze van de beelden, het acteren, de wijze van vertelling, en nog zo wat zaken. Toen ik de film een dag later nog eens bekeek, waren al mijn eigen ideeën verdwenen en kon ik bij alle lassen, kaders en bewegingen alleen maar knikken: juist, zo moet het.
Plotseling keek ik naar een foutloze film.
De eerste keer dat ik naar de film keek, deed ik dat als het ware door een klassieke lens. Ik wilde cinema zien, maar zag iets anders en dacht dat het niet klopte.
De tweede keer dat ik naar de film keek, zag ik de vertelling door de lens van de mobiele telefoon. En plotseling klopte alles.

0

De mobiele telefoon, in haar uitgebreide hedendaagse uitvoering, is een instrument dat met niets in de menselijke geschiedenis is te vergelijken. De ruimte die zij beslaat is eindeloos. De hoeveelheid beelden en geluiden die zij ziet, hoort en transporteert is eindeloos. En al dat eindeloze is even waar. Stylering, altijd het gevolg van schaarste, verdwijnt. Er zijn geen wetten in deze wereld. Het derde oog oordeelt niet. Het derde oog laat zien.

0

Het centrale verhaal in Sugarman, een protagonist die zonder het te weten opdracht geeft zichzelf te vermoorden, symboliseert op een prachtige manier de technische thematiek van de film. De mobiele camera vermoord, zonder dat zij zich daarvan bewust lijkt te zijn, de werkelijkheid die ze filmt. Anders dan de klassieke film, die in haar complexiteit en logistiek het best te vergekijken is met de bouw van Kathedralen, voegt de mobile camera niets toe aan de bestaande wereld, maar leidt integendeel een strikt parasitair leven. Als een zwam, een bloedzuiger of een teek zuigt zij het leven uit dat wat door haar oog valt.

0

Het is een wonderlijk proces dat nog het meest op duivelsuitdrijving en bezwering lijkt. Sinds haar de vonk van bewustzijn werd geschonken is de werkelijkheid geen beste vriend van de mensheid. Het is het verschil in zielerust tussen zij die weten dat ze onwetend zijn, en zij die niet door die, strikt gezien totaal overbodige, kennis worden gekweld.

0

SMS Sugarman is niet alleen een hedendaagse, grootsteedse burleske comedy of errors qua vertelling. In de beeldkeuze, de montage en de soundtrack is de film bovenal een essay over werkelijkheid en projectie. Enerzijds lijkt Kaganof de jongste digitale ontwikkelingen te omhelzen. Hij gaat niet de strijd aan met de technische beperkingen, maar gebruikt ze en toont ze als een mediumspecifieke textuur, zoals een pianiste het hout van de piano laat kreunen en de schilder zijn penseel sporen laat trekken. Maar Kaganofs omhelzing is er een van het melancholieke soort. Af en toe zien we, in kadrering en verstilling, een echo van de klassieke cinema. Maar het klassieke, monumentale beeld wordt op de mobiele telefoon slechts bij toeval gevangen, en betekent er niets meer of minder dan alle andere beelden. Voorwaarde is enkel dat de beelden doorgaan. Elkaar opvolgen. Nooit stoppen. De klassieke film kende nooit een loop-functie. Het verhaal was af en klaar en rond op een bepaald moment. Direct herhalen was en is in zeker zin zinloos. Dat is nu anders.

0

A Happy Ending is Never Easy (when you’re in a loop)

Men heeft het wel eens over de grammatica van het beeld. Alsof het beeld een taal is. Die men kan leren en ontleden. Maar het beeld is geen taal omdat haar alfabet niet zonder moraal is, en omdat wij de beeldtaal wel kunnen horen, maar niet actief machtig zijn. Beeldtaal dat is als het geluid van een waterval. Probeer daar maar eens iets op terug te zeggen. Alles wat wij hedentendage kennen als beeld is in oorsprong heiligs en beladen. Eenzame rotsen in een zee van beeldloosheid. Beelden waarover wij fantaseerden meester te zijn, maar die in de werkelijkheid onze meesters waren. Soms bekeken, maar zelf altijd kijkend. Soms toegesproken, maar nooit zonder de eigen constante monoloog ook maar een moment te onderbreken. Hoe antwoord je de Pieta van Michelangelo? Wat zeg je terug op die spraakwaterval van indrukken? Aan woorden heb je niets.

0

Dit verklaart de klassieke status van de kunstenaar. Iets tussen een magiers een charlatan en en een priester in. De bedwinger van het beeld, maar pas op: het bedrog ligt op de loer! Want wat hij kan, kunnen de meesten niet. Met de mobiele camera is die verhouding anders komen te liggen. Wie terug wil praten maakt een foto of film. En iedereen kan het. D’r is helemaal niks aan.

0

Een parasiet kent geen moraal. En zo is het beeld dat de mobiele telefoon laat zien, zonder moraal. Daarin is zij niet uniek. Ook de letters van het alfabet vertegenwoordigen in zichzelf geen morele waarde. De revolutie van de derde oog er niet een van communicatie, maar van ex-communicatie. Een nieuwe beeldenstorm. Een massale, collectieve ontheiliging van het beeld. Een schuimende volksbeweging die de muren tussen mooi en lelijk, tussen prive en openbaar, interieur en exterieur neerhaalt, en als een kudde jonge veulens de grenzenloze weide van de openbare ruimte inrent. Het derde oog breekt de werkelijkheid op in een weliswaar veelvorming en complex, maar in der aard moraalloos alfabet en eindelijk, eindelijk kunnen wij terugpraten!

0

Het enige waarover wij ons wellicht zorgen kunnen maken is het gegeven dat het moraalloze beeld van het derde oog wel verdacht veel lijkt op de werkelijkheid. Anderszijds: wie durft te beweren dat die werkelijkheid nog bestaat?

0

Er is heel goed een toekomst voorstelbaar waarin wij enkel nog met beelden zullen communiceren. Allen bionisch uitgerust met een zeer bewegelijke lens, een zender en een ontvanger, tovert men beelden in elkaars hoofd. De altijd bewegende visuele werkelijkheid die voorheen gevangen moest worden in omschrijving en stylering is nu zelf taal geworden.

0

De klassieke verhaalstructuren waarmee de mensheid sinds haar oorsprong met elkaar communiceerde zijn door het derde oog in toenemende mate obsoleet geworden. Geboren uit stylering die weer het gevolg was van beperkte middelen, is zij met het onvruchtbaarder worden van haar biologische ouders razendsnel aan het uitsterven.

0

Na tienduizenden jaren streven naar een Happy End zijn de rollen nu opgedraaid. Welkom in het tijdperk van de Happy Beginning. Opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Screen shot 2017-03-16 at 1.10.27 PM

HAPPY BEGINNING

Who needs art when one can do with a cellphone?

On Kaganof’s SMS Sugar Man and the iconoclasm of the Third Eye.

The first time that I watched SMS Sugar Man I had all sorts of ideas about the choice of images, the acting, the manner of story telling, and many other matters. When I looked at the film for a second time, the next day, all my own ideas vanished and at every cut, ever frame and every movement I could only nod my head: exactly, that’s how it should be. Suddenly I was watching a film without faults. The first time that I watched the film, I did it as if through a classic lens. I wanted to see cinema, but I saw something else and thought that this was a problem.
The second time that I saw the film, I watched the narrative through the lens of a mobile phone. Suddenly everything made sense.

Screen shot 2017-03-16 at 1.10.16 PM

The mobile phone, in its expanded contemporary version, is an instrument that is incomparable with any in human history. The space it takes up is infinite. The amount of images and sounds that it sees, hears and transport is infinite. And all that infinite media is equally true. Stylering, altijd het gevolg van schaarste, verdwijnt. Stylisation, always the result of sacristie, disappears. There are no laws in this world. The third eye doesn’t judge. The third eye sees and lets see.

The central story in SMS Sugar Man, a protagonist who unwittingly hires contract killers to kill hemzelf, symbolizes in a beautiful way the technical thematic of the film itself. The mobile phone camera, without being aware of it, murders the reality that it films. Other than in the classical narratieve film, that in its complexity and logistics is best comparable to the building of cathedrals, the mobile phone camera adds nothing to the existing world, but on the contrary leads a strictly parasitic life. As a zwam, a vampire bat, or a tick it sucks the life out of everything that it sees.

Screen shot 2017-03-16 at 1.10.08 PM

Het is een wonderlijk proces dat nog het meest op duivelsuitdrijving en bezwering lijkt. It is a wonderful proces that is most feministen of exorcism and bezwering. Sinds haar de vonk van bewustzijn werd geschonken is de werkelijkheid geen beste vriend van de mensheid. Since it first gained the spark of consciousness reality has not been the best friend of humanity. Het is het verschil in zielerust tussen zij die weten dat ze onwetend zijn, en zij die niet door die, strikt gezien totaal overbodige, kennis worden gekweld. It is the difference in zielrust between those who know they are ignorant and those who are not disturbed by this strictly spekking totally useless information.

SMS Sugarman is niet alleen een hedendaagse, grootsteedse burleske comedy of errors qua vertelling. SMS Sugar Man is not only a contemporary urban burleske comedy of errors in terms of narratieve. In de beeldkeuze, de montage en de soundtrack is de film bovenal een essay over werkelijkheid en projectie. In the choice of imagery, the editing and the soundtrack the film is above all an essay about reality and projector. Enerzijds lijkt Kaganof de jongste digitale ontwikkelingen te omhelzen. On the one hand it seems as if Kaganof has embraced the latest digital developments. Hij gaat niet de strijd aan met de technische beperkingen, maar gebruikt ze en toont ze als een mediumspecifieke textuur, zoals een pianiste het hout van de piano laat kreunen en de schilder zijn penseel sporen laat trekken. He does not try to disfigure or camouflage the mechanica imitators of the mobile phone medium, but uses them and exhibita them as a medium specific texture, like a pianist allows the wood of the piano to sigh or the painter who allows the individuele hairs of each brush stroke to be visible. Maar Kaganofs omhelzing is er een van het melancholieke soort. But Kaganof’s embrace is of the melancholy sort. Af en toe zien we, in kadrering en verstilling, een echo van de klassieke cinema. Every now and then we see, in raming and stylisation, an echo of the classical cinema of the thirties and forties. Maar het klassieke, monumentale beeld wordt op de mobiele telefoon slechts bij toeval gevangen, en betekent er niets meer of minder dan alle andere beelden. But this classical, monumental cinema image is captured by the mobile phone camera only in passing, at a glance as it were, and means no more or less than all the other images in the film. Voorwaarde is enkel dat de beelden doorgaan. The only conditiën is that the images keep moving. Elkaar opvolgen. Follow each other.Nooit stoppen. Never stop. De klassieke film kende nooit een loop-functie. The classical cinema never had a loop function- Het verhaal was af en klaar en rond op een bepaald moment. The story was ended and over at a particular moment. Direct herhalen was en is in zeker zin zinloos. Repetition was and is in that context menigtes, senseless. Dat is nu anders. That is now different.

A Happy Ending is Never Easy (when you’re in a loop)

Men heeft het wel eens over de grammatica van het beeld. There is often talk about the grammar of the image, of cinema. Alsof het beeld een taal is. As if the cinema is a langzame, as if images were a language. Die men kan leren en ontleden. That could be learned and analyzed. Maar het beeld is geen taal omdat haar alfabet niet zonder moraal is, en omdat wij de beeldtaal wel kunnen horen, maar niet actief machtig zijn. But the cinema of images is not a language because its alfabet is not without morality, and because we can hear the image language but not tactiel power can be (?) Beeldtaal dat is als het geluid van een waterval. An image language that is like the sound of a waterfall. Probeer daar maar eens iets op terug te zeggen. Try talking back at that. Alles wat wij hedentendage kennen als beeld is in oorsprong heiligs en beladen. Everything that we know today as image is in its origine sacred and loaded with meanikng. Eenzame rotsen in een zee van beeldloosheid. Lonely rocks in the see of imagelessness. Beelden waarover wij fantaseerden meester te zijn, maar die in de werkelijkheid onze meesters waren. Images that we fantasie about being the masters of but which were in reality our masters. Soms bekeken, maar zelf altijd kijkend. Sometimes looked at, but always themselves looking. Soms toegesproken, maar nooit zonder de eigen constante monoloog ook maar een moment te onderbreken. Sometimes spoken to (adressed) , but never without breaking their own contstant monologue for even a moment. Hoe antwoord je de Pieta van Michelangelo? How do you speak back to the Pieta by Michelangelo? Wat zeg je terug op die spraakwaterval van indrukken? What do you say back to the linguïstiek waterfall of impressions? Aan woorden heb je niets. Words alone are nothing.

Dit verklaart de klassieke status van de kunstenaar. This explains the calssic status of the artist. Iets tussen een magiers een charlatan en en een priester in. Somewhere inbetween a magician, a charlatan and a priest. De bedwinger van het beeld, maar pas op: het bedrog ligt op de loer! The bedwinger of the image, but beware: the cheating is in sight! Want wat hij kan, kunnen de meesten niet. Because the arttist can what most peole cannot. Met de mobiele camera is die verhouding anders komen te liggen. With the mobile camera this relationship has now come to change. Wie terug wil praten maakt een foto of film. Who wants to talk back makes a photo or a film. En iedereen kan het. And verbod can do it. D’r is helemaal niks aan. It’s absolutely possible.

Een parasiet kent geen moraal. A parasite does not know any morality. En zo is het beeld dat de mobiele telefoon laat zien, zonder moraal. And thus it is that the image that the mobile phone camera show is without morality. Daarin is zij niet uniek. That is in itself not unique. Ook de letters van het alfabet vertegenwoordigen in zichzelf geen morele waarde. The letters of the alfabet represent in theeservies no moral values. De revolutie van de derde oog er niet een van communicatie, maar van ex-communicatie. The revolution of the third eye is not one of communication, but of ex-communication. Een nieuwe beeldenstorm. A new iconoclasm. Een massale, collectieve ontheiliging van het beeld. A massive, collective de-sacralization of the image. Een schuimende volksbeweging die de muren tussen mooi en lelijk, tussen prive en openbaar, interieur en exterieur neerhaalt, en als een kudde jonge veulens de grenzenloze weide van de openbare ruimte inrent. A foaming people’s movement that the walls between beautiful and ugly, between private and public, interior and eksteroog, completely demonische, and like a herd of young foals the broderies weide of the public space runs inside. Het derde oog breekt de werkelijkheid op in een weliswaar veelvorming en complex, maar in der aard moraalloos alfabet en eindelijk, eindelijk kunnen wij terugpraten! The third eye breaks reality up in an apparently complex and multiformal, but in its essence amoral alfabet and finally, finally we can talk back!

Het enige waarover wij ons wellicht zorgen kunnen maken is het gegeven dat het moraalloze beeld van het derde oog wel verdacht veel lijkt op de werkelijkheid. The only thing that we should have to worry about is the fact that the amoral image of the third eye looks suspiciously like reality. Anderszijds: wie durft te beweren dat die werkelijkheid nog bestaat? On the other hand: who dares to suggest that this reality still exists?

Er is heel goed een toekomst voorstelbaar waarin wij enkel nog met beelden zullen communiceren. It is possible to imagine a future wherein we will only communicate with images. Allen bionisch uitgerust met een zeer bewegelijke lens, een zender en een ontvanger, tovert men beelden in elkaars hoofd. All of us bionically kitted out with an extremely mobile lens, a transmitter and a receiver, and magically appearing in and out of each other’s heads. De altijd bewegende visuele werkelijkheid die voorheen gevangen moest worden in omschrijving en stylering is nu zelf taal geworden. The always moving Visual reality that previously neede to be captured in elaborate descriptieons and stylization has now become language itself.

De klassieke verhaalstructuren waarmee de mensheid sinds haar oorsprong met elkaar communiceerde zijn door het derde oog in toenemende mate obsoleet geworden. The classical storytelling structures with which humanity since its originas has communicated have been by this third eye in increasing degrees made obsolete.Geboren uit stylering die weer het gevolg was van beperkte middelen, is zij met het onvruchtbaarder worden van haar biologische ouders razendsnel aan het uitsterven. Born out of stylization that itself was the result of limited means, she has become with the infertility of her biologica parents very quickly in danger of extinction.

Na tienduizenden jaren streven naar een Happy End zijn de rollen nu opgedraaid. After ten thousand years of stories doing their best to find the Happy Ending the roles have now reversed. Welkom in het tijdperk van de Happy Beginning. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Welcome to the era of the Happy Beginning, again and again.

August 24, 2016

Filed under: dick tuinder,kagastories — ABRAXAS @ 3:46 am

0

April 30, 2016

HANNAH ARENDT

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 11:21 am

0

April 2, 2016

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 6:36 pm

0

March 27, 2016

THE SOLIPSISTS episode 1 “a hit”

Filed under: 2008 - sms sugar man,dick tuinder — ABRAXAS @ 9:20 am

The central story in THE SOLIPSISTS, a protagonist who unwittingly contracts hired killers to kill himself, symbolizes in a beautiful way the technical thematic of the film. The mobile phone camera, without being aware of it, murders the reality that it films.

THE SOLIPSISTS is not only a contemporary urban burlesque comedy of errors in terms of narrative. In the choice of imagery, the editing and the soundtrack the film is above all an essay about reality and projection.

On the one hand it seems as if Kaganof has embraced the latest digital developments. He does not try to repair or camouflage the technical limitations of the mobile phone medium, but exploits them and exhibits them as a medium specific texture, like a pianist allows the wood of the piano to sigh or the painter who allows the individual hairs of each brush stroke to be visible.

But Kaganof’s embrace is of the melancholy sort. Every now and then we see, in framing and stylization, an echo of the classical cinema of the thirties and forties. But this classical, monumental cinema image is captured by the mobile phone camera only in passing, at a glance as it were, and means no more or less than all the other image styles in the film. The only condition is that the images keep moving. Follow each other. Never stop.

The revolution of the third eye is not one of communication, but of ex-communication. A new iconoclasm. A massive, collective de-sacralization of the image. A foaming people’s movement that completely demolishes the walls between beautiful and ugly, between private and public, interior and exterior.

After ten thousand years of stories doing their best to find the Happy Ending the roles have now reversed. Welcome to the era of the Happy Beginning. Again and again and again….

DICK TUINDER

February 19, 2016

the problem

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 11:31 pm

concentration or focus is the key problem of everything these days.
There is no focus in a duck pond, that quintessential social media platform.
What can we do?
Disconnect. Focus on rumors and assumptions or Fingerspitzengefühl.

January 6, 2016

Filed under: art,dick tuinder — ABRAXAS @ 11:08 am

0

November 10, 2015

dw b

Filed under: dick tuinder,literature — ABRAXAS @ 2:44 am

0
0

November 2, 2015

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 2:36 am

0

October 10, 2015

blind date

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 6:08 pm

0

August 31, 2015

Filed under: art,dick tuinder — ABRAXAS @ 4:25 pm

0

August 24, 2015

dick tuinder on the labyrinth of nowness

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 11:53 am

We are all lost in a labyrinth of nowness.
The now, which used to be tremendously handicaped by its shortness
has now extended that now inside its own nowness. On such a scale in fact
that the nowness has become endless. The endless now:
A wide and featureless beach with great horizons, but with no depth.

July 26, 2015

on what happens

Filed under: dick tuinder,paradoxism — ABRAXAS @ 6:28 pm

What happens is news. What is not news does not happen.

dick tuinder

sally’s back

Filed under: art,dick tuinder — ABRAXAS @ 2:09 am

0

July 14, 2015

Filed under: dick tuinder,just good friends,rob schroder — ABRAXAS @ 10:05 pm

0

July 4, 2015

Filed under: art,dick tuinder — ABRAXAS @ 10:01 pm

0

May 14, 2015

on picasso and money

Filed under: art,dick tuinder — ABRAXAS @ 4:36 am

“As for Picasso, it’s been recorded that he was a cheapskate, who didn’t like to spend his money if he could avoid it. So what he did was, whenever he wrote a check, he would draw a small doodle on it as well. This way, he hoped, the recipient would choose to keep a signed Picasso drawing, rather than actually cashing the check. In this way, everyone benefited; Picasso got to keep his money, and the recipient was able to sell the check for more than its face value.”

http://www.shaviro.com/Blog/

January 28, 2015

aryan kaganof: his own ism – an article by ramon dos santos

Filed under: dick tuinder,kaganof — ABRAXAS @ 2:41 pm

0
0
0
0
kagtape2
0
kagtape4
0
0
Screen shot 2015-01-28 at 3.14.31 PM
first published here: http://www.park.nl/park_cms/public/index.php?thisarticle=106&page=1

December 30, 2014

balzac

Filed under: art,dick tuinder,literature — ABRAXAS @ 5:49 pm

0

October 27, 2014

the kaganof concerto by ramon dos santos

Filed under: dick tuinder,memorabilia is the message — ABRAXAS @ 10:58 am

0

October 21, 2014

sofie knijff, dick tuinder and gabrielle provaas, amsterdam 20 october 2014

Filed under: dick tuinder,just good friends,sofie knijff — ABRAXAS @ 1:40 pm

0

October 14, 2014

farewell to the moon: an interview with dick tuinder

Filed under: dick tuinder — ABRAXAS @ 6:52 pm

0

keep reading this interview here: http://www.filmsense.eu/farewell-to-the-moon-an-interview-with-dick-tuinder-comedy-cluj/

September 7, 2014

ralph wingens r.i.p. – Fragmenten van een acteur – some words in memoriam by dick tuinder

Filed under: 2009 - Civilization And Other Chimeras,dick tuinder — ABRAXAS @ 5:39 pm

Midden jaren negentientachtig organiseerde ik een festival. En ik had iemand nodig die iets over Antonin Artaud en diens Theater van de Wreedheid kon doen. Iemand zei: “Dan moet je Ralph Wingens hebben. Die weet alles van Artaud.” De tip ging gepaard met een soort waarschuwing. Het was wel een type, deze Ralph. Het was een snikhete dag en ik woonde onder een schuin dak. Ralph zat zwetend en puffend voor me. Hij kwam binnen met een grote anderhalve literfles spa blauw die hij binnen een half uur opdronk. Steeds kleine slokjes nemend alsof het zuurstof was. Hij vertelde dat de hitte dat met hem deed. Dat zijn hoofd dan soms op hol sloeg. Het was inderdaad een type en ik hoopte stiekem dat-ie niet de hele avond zou blijven hangen, maar de impressario in mij zei me dat dit de man was die ik zocht. Sprekend over Artaud kwam er een zekere tederheid in zijn stem. Hij liet oude opnames van een krijsende Artaud horen. Zoveel pijn, zoveel zachtheid ook. Artaud was echt. Daar kon je niet om heen.

Op de avond van zijn optreden voor een publiek van 400 discogangers deed hij die Artaud, en nog veel meer. Hij werd uitgejoeld en toegejuicht, maar de finale triomf was voor hem. Hij had weer die waterfles bij zich. Maar nu met daarin 20 Norittabletten opgelost. Hij nam een grote slok en spuugde het zwarte water uit over het publiek, krijsend: “Je boire les ombres!” Gejuich en gegil, en hij herhaalde het nog een paar keer. Na afloop kwam hij met een stralend gezicht, waarvan de onderzijde zwart van schaduwen was, op me af gelopen. Intens gelukkig en tevreden. Dit was helemaal te gek.

Hij was een ouderwetse modernist. Zo’n modernist die zelf nog echte burgerlijkheid had gekend. Die dus persoonlijk nog iets goed te maken had. Het geloof in de kunst kreeg daardoor als vanzelf iets urgents. Het modernisme van die tijd (60-70) was ook een goede schuilplaats voor onaangepastheid. Impulsiviteit. Dingen anders doen. Improviseren. Plotseling een paar dagen verdwijnen en niet meer weten waar je geweest bent. Begin jaren ’80 begon dat te veranderen. Er kwam meer structuur in die wereld. Oude vriend Peer Mascini was rijk geworden van de Melkunie reclame en het leek soms wel of-ie Ralph niet meer helemaal serieus nam, zo zei Ralph.
“Terwijl, Peer is zelf natuurlijk ook niet helemaal goed bij zijn hoofd.”

Wat ik van hem weet is wat hij vertelde. Of het waar was weet ik niet, maar ik geloofde hem altijd. Hoe hij in de jaren zestig met Peer naar Figueres ging om Dali te zien. Die troffen ze in de haven aan waar hij met een dorpsbewoner zat te schaken. “En het enige dat we deden was naar hem kijken. Daar zat-ie gewoon! Daar zit verdomme gewoon Dali!!” De laatste ‘i’ uitgesproken als de verschrikte kreet van een roestig schanier. Tenslotte stapte Ralph op Dali af en begon met wilde gebaren een verhaal in fantasie-spaans. “Want wij waren zelf ook surrealisten natuurlijk, dat was opeens heel duidelijk.” Dali moest er om lachen waarop ze bij de meester thuis werden uitgenodigd. Ik sla me nu voor m’n kop dat ik hem daar destijds niet uitgebreider over heb ondervraagd. Het waren personen en verhalen die terloops voorbij kwamen in een vaak nogal ondoorgrondelijke reeks van associaties. Hoe hij, enkele weken voor diens dood, op een mooie nazomermiddag samen met Jimi Hendrix door Hyde Park wandelde.
“Dat was ook maar een gewone jongen. En helemaal niet levensmoe of zo.”

Van Morrisson. Dat was iemand. Ze gingen jaren terug. Nooit vrienden, maar ze kenden elkaar. Bij optredens ging Ralph altijd backstage. Ze herkenden vermoedelijk elkaars jazzy energie. Maar als hij in latere jaren over Van sprak was dat met een bitterheid die hij zelden toonde. Iets met een vrouw natuurlijk. Van the Man, die alle meiden van de wereld kon hebben, moest juist de vriendin van Ralph afpakken. Backstage. Ze zagen elkaar daarna nog wel. En hij bewonderde de artiest nog steeds. Maar dat was in zekere zin tegen zijn eigen wil.
Hij was iemand die met ontzag over zijn helden sprak. Hij had plakboeken vol met foto’s en artikelen van en over James Dean. Twee boeken ook met knipsels over Chet Baker. Ralph kwam Chet voor zijn huis tegen toen die laatste toevallig voorbij slofte. Hij nodigde hem uit. Chet kwam boven. Hij wilde niets. Alleen een glaasje water. En een beetje zitten in de keuken. Ralph wees naar het formica stoeltje. “Daar zat Chet.” Chet leek het bizarre huis van Ralph, een overvolle uitstalkast van poppen, kostuums, maskers, muziekinstrumenten, honderden boeken, vreemde voorwerpen, niet op te merken. De plakboeken over zichzelf wilde hij niet inzien, want: “That’s not me man.”

Ik werkte heel graag met Ralph. Hoewel ‘werken met’ misschien wat sjiek is uigedrukt. Ralph was er. Punt. En als Ralph er was hing er een andere energie. Er was altijd een verhaal. Een opvallend voorwerp. Een goocheltruc. Een lang citaat uit een gedicht van Rimbaud. Tijdens opnames waarin hij alleen in beeld was, of als dingen drie keer over moesten kon hij soms verlegen worden. Zenuwachtig. Verloren. In gezelschap met andere acteurs functioneerde hij op zijn best. Met een muzikaal oor voor wat de anderen zeiden, en een perfecte jazzy timing. Hij ging ver terug. En droeg dat als vanzelfsprekend met zich mee. Herman Teirlink. Dat waren lange lijnen, recht naar het hart van het modernisme in de late negentiende eeuw.Toen iedereen zich nog kleedde alsof ze een rol speelden.

Hij was een fantastische imitator. “Niemand doet beter Jules Deelder dan Ralph,” had Jules volgens Ralph gezegd, en daarna bewees hij dan terplekke dat hij geen onzin had verkondigd. Het schuine hoofd. De staccato spraak. Het weinige haar dat hij nog had ging er als vanzelf plat van op zijn hoofd liggen.
Hij had altijd plannen en hij klaagde eigenlijk nooit. Lang schemerde er een verhaal over een caravan ergens in Belgie waar hij kon zitten. “Om wat te doen?” Alleen maar lezen en schrijven.
Tijdens de opnames van de film Zand in 1994 kwamen we er samen met hem achter dat hij moeite had teksten te herinneren. Er was iets in zijn kop gebeurd. Hij wist niet wat. Schaamde zich kapot. Als mens en als acteur. We bedachten een oplossing in visuele codes voor sleutelwoorden waardoor het wel ging. Tijdens de laatste opname moest hij nog even op een trompet spelen. Hij toeterde al zijn schaamte met een knetterde solo weg. Een jaar later speelde hij Arthur Dauphin in de korte film De Tijdreiziger. Over een vergeten filmpionier die de eerste mens was die naar de camera zwaaide, en ook nog eens doorhad wat dat kleine gebaar feitelijk betekende. Dat er achter die lens een hele wereld verborgen ging. Ralph moest grotesk, negentiende eeuws acteren. Met gebaren in plaats van woorden. Het ouderwetse modernisme dat rond de fictieve figuur Arthur Dauphin hing (een horlogemaker die de gloednieuwe filmkunst wilde gebruiken om de tijd te meten) paste Ralph als een driedelig maatpak. Hij hield van kostuums. Een kostuum was eigenlijk al een karakter. Een reden om iemand anders te worden. Een stem aan te nemen.

Hij had een vol stemgeluid. Helder en ver dragend als van een standwerker. Zijn lach klonk als een schetterende trompet. “Héhéhé! Ieeeeee!” Uitroepen van verbazing. “Hoe-is-het mo-gelijk!?” Alles met volume, met kracht, met urgentie. Als een stoomketel die voortdurend onder druk stond. Met somberheid of stilte kon hij niet zo goed omgaan. Als het stil werd kon hij binnen enkele secondes verdwalen.

De stem op zijn antwoord apparaat: “Dit is Ralph himself!”

Teleurstelling toch in de laatste jaren denk ik. Misschien omdat hij niet geworden was wie hij had kunnen zijn. “Maar alleen als je iemand anders was geweest, Ralph.” “Ja, daar heb je gelijk in.” Misschien ook omdat het theater waarin hij opgroeide in zijn ogen niet was geworden wat het had kunnen worden. Een hutspot van alle zintuigen.
Het wilde niet meer schockeren. Niet meer het onverwachte toelaten. Dat gevoel was er ook omdat hij zich, min of meer terecht, buitengesloten voelde door zijn oude collega’s. Hij werd weinig meer gevraagd. Wilde ook niet. Kon het ook niet meer. Tekst onthouden werd steeds moeilijker. Ik zag hem vaker in de omgeving van Jazz en Beeldende Kunst. Disciplines waar tekst- of nootvastheid geen vereisde zijn. Waar energieën vrijelijk alle kanten op kunnen stromen. Meer dan iets anders was Ralph een instrument.

Ik stelde me vaak voor hoe dat er uit moest hebben gezien. Ralph alleen in zijn overvolle woning. Waar op alle tafels, alle stoelen en alle banken, dingen, dingen en nog eens dingen lagen. Bij al die dingen hoorde een verhaal. Het merkwaardige was dat de chaos een zeer ordelijke indruk maakte. Alles lag waar het behoorde te liggen en stoffig was het zeker niet. Hij was het type mens dat beter met objecten dan met subjecten om kon gaan.
Wat gebeurde er, en welke gesprekken werden er gevoerd op avonden wanneer hij na een bezoek aan het Bimhuis niet meer helemaal nuchter thuiskwam en recht in het gezicht keek van die paspop in politie-uniform en met indianentooi die inbrekers moest afschrikken? Becket en Buster Keaton links en rechts, Chet Baker in de achtergrond en Ralph in het midden.

In de laatste scene van de Tijdreiziger wordt verteld hoe Arthur Dauphin naar een filmopname van zichzelf terugkeek. In die opname loopt hij naar de camera toe, en vlak voor hij die passeert zwaait hij in de richting van de lens. Kijkend naar de projctie van zichzelf zwaait Dauphin automatisch terug. Hij schrijft in zijn dagboek:
“Ik realiseerde me met een schok dat de groet die ik gisteren bracht over tien of honderd jaar opnieuw beantwoord zal kunnen worden. Een deel van mijzelf zal door de tijd kunnen reizen en nooit meer veranderen. Het kleinste deel, waarop zelfs de dood geen grip zal hebben.”

Ralph Wingens (1942 – 2014)

July 10, 2014

theodoor steen reviews sally in winterland: the making of dick tuinder

0
0
Screen shot 2014-07-10 at 5.43.17 PM
0
0
0
0
0
0
0

keep reading this review here: http://www.salonindien.nl/2014/winterland-2009sally-in-winterland-2009/

April 27, 2014

with dick tuinder, south africa, 1999

Filed under: dick tuinder,just good friends — ABRAXAS @ 12:13 am

0

Next Page »